Een mooi land verdient beter

Wat leven wij toch in een mooi land. Schone straten, mooie snelwegen. Het lijkt of het niet beter kan. Hierdoor krijg je de verwachting dat het op andere vlakken ook goed geregeld is. Maar één punt waar eigenlijk al jaren geen vooruitgang is te zien zijn de voorzieningen voor gehandicapten. Aan het begin van april ging mijn rolstoel stuk. Aan het einde van de eerste week van mei heb ik mijn rolstoel terug gekregen. Mijn hele leven ben ik al in discussie met leveranciers. Vroeger hadden ze in ieder geval nog wel het besef hoe afhankelijk wij zijn van een rolstoel. Misschien nu ook wel. Maar het is niet zo gemeend.

Nog steeds geen rolstoel
Uiteindelijk heb ik vijf weken gewacht op mijn rolstoel. Elke keer als ik opbelde om te vragen hoe het met mijn rolstoel stond dan begrijpen ze mijn situatie wel. Ze begrijpen ook wel dat ik het extreem lang vind duren, maar met die woorden hopen ze het op te hebben gelost. Terwijl ik nog steeds zonder rolstoel zit.

Karweitje van twee uur
Mijn kogellagers waren beschadigd. Uiteindelijk is dit max een karweitje van twee uur. Maar het duurt eerst drie weken voor ze eindelijk het onderdeel hebben. Als ik iets online bestel heb ik het twee dagen later. Al zou het uit China komen. Misschien een week. Maar drie weken! Ik begrijp het nooit echt.

Niet enige die zit te wachten
Nu hadden ze na drie weken eindelijk het onderdeel. Dan zou je zeggen mooi. Aan de slag en twee dagen later heb ik mijn rolstoel. Maar blijkbaar ben ik niet het eerste aan de beurt. Het komt er dus op neer dat er nog een heleboel anderen ook zeker vier weken aan het wachten zijn. Zo lang duurde het vroeger echt niet.

Motivatie weg
Ik begrijp het wel. Het is een vicieuze cirkel. Ik ben niet de enige die een klacht indient. Uiteindelijk hebben ze allemaal boze klanten. Daar woorden de reparateurs ook niet vrolijk van. Dan ga je niet meer gemotiveerd naar het werk en heb je ook geen zin meer in je werk. Wat ervoor zorgt dat je je werk niet meer goed doet.

Geen interesse in beroep
Er zijn te weinig mensen die kiezen voor een beroep in de techniek. Daar wordt ook op televisie oproepen voor gedaan om daarvoor te kiezen. Maar dan is daarvan zelfs reparateur voor dit soort het minst geliefd, waarschijnlijk ook omdat het minder betaald wordt. Dan komt er ook nog eens de klachten van klanten erbij dat reparaties zo lang duren en zelfs soms niet goed uitgevoerd zijn. In zo’n branche wil je niet werken.

Maakt het moeilijk om te participeren
Voor al deze dingen kan ik begrip opbrengen, maar daar hebben de mensen die afhankelijk zijn van deze voorzieningen niets aan. Sommige mensen moeten hierdoor thuis blijven en soms zich ziek melden van hun werk. Terwijl aan ons gevraagd wordt om te participeren.

Monopoliepositie
Soms wordt er naar aanleiding van klachten wel actie ondernomen. Zo waren er in de gemeente Utrecht zoveel klachten dat de gemeente ervoor gekozen heeft om het contract op te zeggen met leverancier Welzorg. Het gevolg was wel dat reparaties helemaal niet werden uitgevoerd voor een bepaalde periode. Dat krijg je dan ook nog. Een leverancier heeft zoveel macht omdat er geen concurrentie is. Als je ze erop aanspreekt weten ze dat je naar niemand anders kan. Dus hebben ze ook nog eens een monopoliepositie.

Keuze maakt ook geen verschil
In Amsterdam heb je nog drie leveranciers waar je uit kan kiezen. Welzorg, Beenhakker en Harting-Bank. Toen ik mijn eerste voorzieningen had in Amsterdam zat ik nog bij Welzorg. Toen het drie jaar geleden tijd was voor een nieuwe rolstoel koos ik maar voor een andere leverancier, Beenhakker. Het enige verschil vind ik nu is dat ze wat vriendelijker zijn bij Beenhakker. Maar daar is het mee gezegd. Ze weten het van elkaar dus hoeven zich ook niet in te spannen voor verbetering.

Positief kijken naar toekomst
Normaal gesproken wil ik een positieve blog schrijven, maar soms moet je ook dingen aan de kaak stellen. Ik weet op het moment geen oplossing. Het probleem is net als bij leraren, mensen in de zorg en mensen in de techniek. Het is geen geliefd beroep. Dus hierbij. Reparateur van rolstoelen. Iets voor jou?

D66: Kansen voor iedereen

Nog een paar dagen voor de verkiezingen en de spanning stijgt. De Landelijke bustour van D66 is beland in mijn stadsdeel. De bus parkeert op het Javaplein. Zo’n grote bus heeft ook meteen de aandacht van de mensen op straat. Die komt niet zo vaak op dit plein. Door de mensen uit de bus hebben we nog nooit zo’n grote groep gehad die meedoen aan een flyeractie. Uit de bus komen onder andere kandidaten voor Tweede Kamer Ingrid van Engelshoven en Vera Bergkamp rollen. De grote stoet vergezellen de kandidaten door de Javastraat naar de Dappermarkt.

Het is het einde van de middag. Iedereen wordt overdondert door de grote stoet. Er zijn minder mensen op de markt dan campagnevoerders. Wij staan met onze flyers maar een beetje mee te lachen als de kandidaten in gesprek zijn met de kiezer. De marktkooplui ruimen hun kraampjes al op. Wij gaan richting de Meevaart. Hier houden verschillende mensen hun pitches waar Vera en Ingrid naar luisteren. Heel verrassend voor mij was dat Thiandi een pitch hield over inclusief onderwijs.

Thiandi is een bijzonder persoon die ik ongeveer vijf jaar geleden heb leren kennen bij een evenement over inclusiviteit georganiseerd door de Vrije Universiteit. Hier vertelde ze voornamelijk haar levensverhaal en promoten haar boek “Doe Normaal”. Ondanks dat ze continu geluiden maakt en niet rustig haar verhaal kan vertellen is ze wel slim en afgestuurd. In Nederland kreeg ze niet de mogelijkheid om het onderwijs te volgen die ze aan kon. Dus koos ze voor Italië, waar ze dat wel kon krijgen. Nu hield ze een pitch voor de twee dames van D66 waarin ze vertelde dat het onderwijs in Nederland nog steeds niet inclusief genoeg is.

D66 is voor kansen voor iedereen en goed onderwijs. Ik denk dat deze twee dames er echt voor staan om onderwijs echt inclusief te maken. Maar om dit werkelijkheid te maken heb je een lange adem nodig. Veel mensen in onze samenleving hebben weinig te maken met iemand met een beperking en weten daardoor niet wat het betekent om een beperking te hebben en wat daarbij komt kijken. Ik ben er dan ook van overtuigt dat mensen met een beperking zich mogen laten zien in de samenleving. Als je dat doet worden mensen er bewuster van en begrijpen beter wat het betekent. Dan kan er verandering komen. Met het onderteken van het VN-verdrag zijn we pas aan het begin.

Vandaag was ik weer vroeg bij het Amstelstation om kiezers nog op het laatste moment te overtuigen voor goed werk, goede zorg en goed onderwijs. Na ’s ochtend nog even een koffie te hebben genomen is het alleen nog maar met een lach een flyer in de hand drukken. Vertellen dat je vooral moet stemmen. Vanmiddag ga ik ook nog even naar het Amstelstation. De meeste mensen zullen hun stem dan al hebben uitgebracht. Maar al is het alleen maar om nog zichtbaar op straat te zijn. Eén ding is duidelijk de afgelopen twee maanden was D66 Amsterdam-Oost aanwezig.

Dan volgt als laatst hopelijk nog een feestje. Het zal nog lang onrustig zijn in P96 op de Prinsengracht. Morgenochtend zal ik weer met kleine oogjes aanwezig zijn op mijn werk. Maar dat maakt niet. Dat is het waard. Ik heb mijn burgerplicht gedaan. Ik stem vandaag D66. Nu maar afwachten.

Goede gesprekken en Bumba kijken

Het is nog vier zaterdagen voor de verkiezingen. Het is mooi weer om in gesprek te gaan met de mensen uit mijn buurt. Ik woon niet ver van Bar Botanique. Niet lang geleden zat hier nog De Ponteneur, bekend van de film Mannenharten. Een paar jaar geleden heb ik daar nog een diner gehad voor 2e Kerstdag met mijn broertje en zijn vriendin. Het was er krap en eigenlijk niet echt toegankelijk voor iemand met een rolstoel. Maar de eigenaar wilde er alles doen om ervoor te zorgen dat ik binnen kon komen. De nieuwe eigenaar heeft het pand helemaal verbouwd. Het is juist veel ruimer geworden.

Afgelopen zomer was ik er een keer met een vriendin die ook rolstoelgebonden is. Echt happig waren ze niet om ons welkom te heten. We zochten maar een ander plek op de Linnaeusstraat. De ervaring op deze zaterdag was kort, maar de serveerster was mij eerder arm dan rijk.

Gelukkig gingen we snel de straat op. We waren nog niet de hoek om of we werden bijna aangereden door een toeterend busje. Het was het campagneteam van Forum voor Democratie (FvD). Plagerig zeiden ze dat ze echt een referendum wil brengen wat wij jaren zouden beloven. Ik kreeg een beetje het gevoel als bij Anchorman waarbij de nieuwspresentatoren van verschillende zenders met elkaar op de vuist gaan. Maar het was alleen maar gein wat het campagneteam van FvD liet zien.

We gingen verder naar de Dappermarkt. Op het kruispunt met McDonald’s en KFC begonnen we met de gesprekken met de kiezers. Alhoewel, gesprekken. Het was een georganiseerde In Gesprek Met, maar het weer was er niet naar. De meeste kiezers accepteerden wel de flyer, maar ze wilden liever doorlopen dan met je praten.

Een mevrouw in een scootmobiel stond wel even stil. Zij maakte zich vooral zorgen over de verharding van de samenleving waar niet iedereen geaccepteerd wordt. Wat nu gebeurt in Amerika en wat je krijgt als Wilders het voor het zeggen heeft in Nederland. Haar kon ik overtuigen dat D66 het tegenovergestelde wilt.

De koud sloeg op mijn blaas. Ik ging de McDonald’s in en daarna de KFC, maar geen van beiden hadden een invalide toilet. Het VN-verdrag voor rechten voor gehandicapten moet nog doordrongen worden in Nederland. Dan maar terug naar huis. Tegen de tijd dat ik weer op de Dappermarkt was ging het campagneteam al bijna naar De Biertuin om het afsluitende drankje te houden.

Bij De Biertuin zat ik na te genieten van de dag met een IJbiertje in de hand. Ik kwam er achter dat andere campagnevoerders wel gesprekken hadden met de kiezers. Zo kon Rigtje een vastgeroeste PVV-stemmer overtuigen waarom er langer doorgewerkt moet worden. Al was hij niet blij, want hij wilde zijn bootje opknappen. Uiteindelijk leverde de dag toch mooie gesprekken op die D66 weer kan gebruiken voor hun site In Gesprek Met. Gesprekken die ik kon vertellen aan mijn ouders, want die stonden voor mijn deur met mijn nichtje Faye. Gesprekken die nog niet bedoeld waren voor haar. Zij had meer aandacht voor Bumba op de televisie. Wat een mooie manier om de dag af te sluiten.

Een mooi land als Nederland verdient goede zorg

Het is een donderdagavond en ik kom terug van een werkdag in Zeist. Na dat ik meer weet over het duurzaam beleggen, wat het pensioenfonds voor mensen in de zorg doet, houdt het ’s avonds niet op. In buurthuis Archipel organiseert D66 een thema-avond over laagdrempelige zorg en de diversiteit die daarbij hoort.

Terwijl ik vlakbij het buurthuis woon ben ik er nog nooit geweest. Misschien komt dat door het beeld wat ik heb bij buurthuizen. Als ik rond half 8 binnen kom is het nog vrij rustig. Ik word vriendelijk uit mijn jas geholpen. Na dat mij een koffie is aangeboden zoek ik een plekje in het publiek. Zoals ik van D66’ers gewend ben druipen ze rustig binnen. Zelfs een kwartier na de afgesproken tijd. Maar dat geeft ook een ontspannen sfeer.

Het is toch tijd om de avond af te trappen. Salima Belhaj, Tweede Kamerlid, opent de avond. Ze geeft het woord aan Raisa Hehenkamp. Raisa is politicoloog en houdt zich bezig met diversiteit in de zorg. Heel belangrijk hierbij is dat Nederland, en zeker Amsterdam, veel verschillende culturen kent. Maar daarnaast zijn er nog talloze verschillen. Zoals seksuele voorkeuren of sociale achtergrond. Eigenlijk is elk persoon wel verschillend. Zo kennen we dus ruim 17 miljoen diversiteiten in Nederland. En iedereen heeft in zijn leven wel een keer zorg nodig. Dus zijn er 17 miljoen verschillende zorgvragen. We zouden eigenlijk meer moeten kijken naar deze zorgvragen en daar het zorgaanbod op aanpassen. Nu is het vaak andersom.

Astrid Wenneker is steunfractielid in Doetinchem en heeft een bedrijfje dat thuiszorg levert voor oudere mensen. Zij vertelt dat ze rekening houdt met de diversiteit van haar klanten. Zo neemt zij vooral 50-plussers aan omdat deze mensen meer raakvlakken hebben met haar klanten. Haar klanten kunnen hierdoor onder andere het Doetinchemse dialect blijven spreken. Een ander voorbeeld is een Surinaamse mevrouw met dementie dat verzorgt wordt door een Surinaamse. Als je lijdt aan dementie keer je vaak terug naar je kinderjaren. Deze verzorgster zorgde ervoor dat ze liedjes uit de jeugd van mevrouw zong waardoor ze weer opbloeide.

Maar hoe graag wij ook willen dat het zorgaanbod zich aanpast aan de zorgvraag. Het is moeilijk om dat ook werkelijk te realiseren. Zo heeft zorginstelling Cordaan een veel groter aantal klanten dan het bedrijfje van Astrid Wenneker. Om aan ieder zorgvraag te voldoen is dan moeilijk. Daarom ontwikkelt Cordaan samen met Philips een techniek om de klanten te volgen wat hij/zij doet de hele dag vertelt Eelco Damen, CEO van Cordaan. Met deze data kan je de behoefte van de klanten vastleggen. Een moeilijke vraag hierbij is: hoe waarborg je de privacy? Maar het is wel de toekomst dat we deze technieken gaan gebruiken.

De avond werd afgesloten door schrijfster Ronit Palache. Zij sloot af met een mooi verhaal over haar oma. Een verzorgster zag het als handig dat haar telefoonnummer getatoeëerd was op haar arm. Niet wetend dat het om een identificatienummer ging die ze kreeg in het concentratiekamp. Een pijnlijke situatie dat haar oma goed oppakte. Daarom is het zo belangrijk om er hard voor te zorgen dat het zorgaanbod zich aanpast aan de zorgvraag. Nederland is namelijk een mooi land. Iedereen verdient hier een waardig en mooi leven tot het eind. Hier moet wij voor knokken. Al kost het vele jaren.

Blijven overtuigen tot 15 maart!

Het is twee maanden voor de verkiezingen. Aan het einde van de maand wordt bepaald welke partijen mee mogen doen aan het premiersdebat van RTL. Het is nog maar de vraag of D66 daarbij zit. Maar het campagneteam van Amsterdam-Oost zet daar wel op in. Dus ik trotseer de kou om iedereen die de winkelstraten van Oostpoort bezoekt een gelukkig nieuwjaar te wensen.

Als campagneteam is afgesproken om te verzamelen bij Joey’s Food and Drinks, het voormalige Roezemoes. Terwijl we twee uur afgesproken hebben zijn we compleet om kwart over twee. Na een koffie betreden we de straten. Niemand is nog echt bezig met de verkiezingen. Sommigen nemen de appel aan zonder te merken dat het om D66 gaat.

Een enkeling gaat met ons in discussie. “Ik stem echt niet op die man. Die gluiperd.” Een collega gaat met hem in discussie. Ze is ook vrij lang met hem in gesprek. Ik blijf vrolijk appels uitdelen en iedereen een gelukkig nieuwjaar wensen. Misschien is het juist goed wat mijn collega doet. Afgelopen weekend stond Pechtold nog in het AD. Hij sluit de PVV wel uit, maar niet zijn kiezers. Dan moet je ook met hun in discussie.

Didi el Moussaoui gaf aan hoe hij kiezers van de PVV probeert te overtuigen. Zo vertelde hij mij dat hij in Nieuwegein in discussie gaat met de kiezer zonder te laten zien dat hij van D66 is. De mensen vertelden gewoon wat hun dwars zaten zonder vooroordeel. Als hij begrip toonde voor hun problemen vertelde hij wat het standpunt van D66 daarop is en waren zij daar blij mee verrast.

Dit is natuurlijk hartstikke goed als er echt een kans is om hem of haar te overtuigen. Maar wanneer je een half uur in gesprek bent en het blijkt dat je echt van mening verschilt is het zonde van de tijd. Daarom blijf ik erbij dat we kunnen winnen door de ‘zwevende kiezer’ te overtuigen.

En de eerste stap hier toe is appels uitdelen in de winkelstraten van Oostpoort. De meeste winkelende mensen waardeerden het gebaar. Maar op een gegeven moment waren de appels op en was het ook ijskoud. Daarnaast wezen de wijzers op de klok ook nog eens bijna op vier uur. Tijd voor de nieuwjaarsborrel van Amsterdam-Oost. Hier ging de discussie over hoe de kiezer te overtuigen nog lang door. Het overtuigen zal ook niet ophouden tot de verkiezingen op 15 maart.

Investeren in een waardevolle toekomst!

Na een half jaar werkloos te zijn geweest in de zomer en de herfst heb ik begin deze maand een kans gekregen bij PGGM. PGGM is een grote speler in pensioenen. Mensen die werken in de sector welzijn en zorg zijn vaak aangesloten bij deze uitvoeringsinstantie. Juist dat het om een waardevolle toekomst gaat voor mensen die werken in de zorg sprak mij aan. Zelf ben ik als geen ander afhankelijk van mensen die mij verzorgen. Daarnaast is het een mooi groot bedrijf waar ik veel kan leren. Reizen naar Zeist zag ik daarom als struikelblok die ik moest overwinnen.

Regelen van vervoer
Het was dan ook flink wat regelen om het reizen voor elkaar te krijgen. Maar het UWV was ontzettend behulpzaam. Vanaf 1 december komt er een chauffeur naar mijn huis die mij met mijn auto naar Zeist brengt. Als ik daar ben reist hij met het openbaar vervoer weer naar een andere opdracht of naar huis. Om kwart voor vijf staat de chauffeur weer netjes klaar om mij naar huis te brengen.

Wennen aan reizen
Na ruim vier jaar te hebben gewerkt binnen Amsterdam is het even wennen om met een auto te reizen. Natuurlijk kostte het reizen naar Sloterdijk ook veel tijd wanneer je lijnbus 22 nam via Centraal Station. Het duurde vrij lang om de volgende halte te bereiken door de drukte van toeristen. Maar binnen drie kwartier kon je wel in Sloterdijk komen of weer terug in Oost. Als het druk was kon het een uur duren. Maar reizen naar Zeist is toch wel een ander verhaal. Beide richtingen op is het vaak druk. Er zijn veel mensen die voor hun werk ongeveer dezelfde kant opgaan. Het kan in een uur, maar als je echt pech hebt ben je zo twee uur bezig.

Goed opgevangen
Tot nu toe is het wel de moeite waard. Bij de afdeling Interne Communicatie ben ik goed opgevangen. Tijdens mijn eerste werkdag werd ik gelijk betrokken bij de nieuwe opbouw van de site voor de Human Resources-gedeelte. Dit is het gedeelte waar een werknemer alles kan regelen op gebied van zijn werk. Zoals verlofaanvragen, declaraties, nevenactiviteiten. Dit is erg vergelijkbaar met het bouwen van de User Guided Search bij Telfort. Voor de rest is er ook veel nieuw voor mij. Zo leer ik een goed nieuwsbericht schrijven voor op intranet. En ook ben ik betrokken bij Narrowcasting. De berichten die op televisieschermen te lezen zijn door het hele kantoorgebouw heen.

Blijven leren
Op dit moment is het goed dat ik blijf leren. Dat ik de nieuwe ervaringen in mijn rugzakje stop. Wat voor mogelijkheden ik verder krijg bij PGGM zie ik later. De komende dagen, tussen kerst en Oud en Nieuw, is het erg rustig op mijn afdeling. Ik zal met veel schrijfoefeningen aan de slag gaan. Daarnaast zal ik de tijd gebruiken om PGGM beter te leren kennen. Ik ga bij PGGM investeren in mijzelf. Investeren in een waardevolle toekomst!

Een week aandacht voor toegankelijkheid is niet genoeg!

wandelingtoegankelijkheid

Misschien is het je niet opgevallen, maar van 3 t/m 8 oktober was het de Week van de Toegankelijkheid. Reden voor mij om dit op een bepaalde manier onder de aandacht te brengen. Op 7 oktober reed ik richting de Stopera. Daar wachten een aantal fractieleden van D66 uit de gemeenteraad en Tweede Kamerlid Vera Bergkamp op mij. Zij wilden deze week ook onder de aandacht brengen en laten zien hoe belangrijk toegankelijkheid is om iedereen mee te laten participeren in deze samenleving.

Het is altijd een mooi ritje vanaf waar ik woon naar de Stopera. Je gaat via de Plantage Middenlaan langs Artis. Door deze prachtige klassieke dierentuin is het één van de groenste lanen dat Amsterdam rijk is. Eenmaal aangekomen bij de Stopera heb ik mij nog niet eens aangemeld bij de receptie of Christaan van Cliëntenbelang meld zich ook aan. Niet veel later komt Jan-Bert en we hoeven bijna niets meer te zeggen. We worden meegenomen naar de fractiekamer van D66. Toen we in de kamer kwamen was iedereen al aanwezig. Alleen stadsdeelvoorzitter van het Centrum, Boudewijn Oranje, kwam iets later binnen. We deden een voorstelrondje. Iedereen gaf aan op wat voor een manier zij bezig zijn met de toegankelijkheid te verbeteren.

Na het voorstelrondje gingen we over naar wat voor een obstakels in de openbare ruimte nu echt het belangrijkste zijn om aan te pakken. Vera Bergkamp trapte af met de toegankelijkheid van de metrohaltes. Amsterdam ligt al een tijdje open en er wordt flink aan de Noord- / Zuidlijn gewerkt. Hierdoor kun je op het moment niet gebruik maken van de lift bij de metrohalte op het Waterloopplein vlakbij de Stopera. Een ander punt die besproken werd is het uitbreiden van terrassen van restaurant- en café-eigenaren. Hierdoor is er veel te weinig ruimte op de stoep. Ook bloembakken van bewoners zorgen voor te smalle stoepen. Maar ook te smalle stoepen op zich en te steile hellingen passeerden de revue.

Nu was het tijd voor de wandeling. Bij een zebrapad kwam er al een punt naar voren. De drukknop om aan te geven dat je wil oversteken zat te hoog. Daarnaast was de tussenstoep bij het zebrapad erg smal. Na het oversteken wilde Christiaan het gebouw van Academie van Bouwkunst ingaan. Terwijl ze hier studeren om architect te worden is het gebouw een voorbeeld van ontoegankelijkheid. Op de begane grond is het nog toegankelijk en heeft het zelfs een invalide toilet. Maar dan is er verderop toch een trede om verder te komen. Ook de hogere verdiepingen kun je alleen bereiken via een trap.

Na het bezoeken van de Academie gaat de wandeling weer verder buiten. We maakten een wandeling rondom de Stopera. Alle punten die we in de fractiekamer bespraken kwamen we tegen. Een parkje dat alleen via traptreden te bereiken was. Bij metrohalte Weesperplein was een voorbeeld van een hele smalle stoep waardoor je wel verplicht was de weg op te gaan. Daarnaast ging de weg ook nog eens heel steil onder een brug door. We liepen weer terug richting de Stopera. Daar kwamen we ook een voorbeeld tegen waarbij een bloembak midden op de stoep is gezet. De bewoner zorgt hierdoor er ook nog eens voor dat hij/zij zijn eigen voortuintje creëert door de ruimte tussen zijn woning en de bloembak. Dit is zelfs eigenlijk helemaal niet zijn eigendom, maar officieel openbare ruimte.

Wanneer we teruggekeerd waren bij de Stopera maakte Vera Bergkamp nog een filmpje om de Week van de Toegankelijkheid onder de aandacht te brengen van D66. Na dit filmpje ging iedereen weer zijn eigen weg. Ik nam weer de groene weg via Plantage Middenlaan. Een mooie afsluiting om aandacht te geven aan toegankelijkheid. De wandeling had ook al meteen effect. Raadsleden Jan-Bert Vroege en Meltem Kaya hebben een motie ingediend waardoor Amsterdammers strenger beboet kunnen worden door zomaar je fiets ergens neer te zetten. Hierdoor komen we vaak niet ergens langs. Maar dit is de eerste stap en er moeten nog vele stappen volgen.

 

Voorproefje voor de horeca

SONY DSC

Foto: Maarten Doedes

Het is een vrijdagmiddag. De Linnaeusstraat maakt zich op voor weer een nieuwe uitgaansavond. Ik wacht bij The Manor Hotel op de rest van mijn vrienden van Onbeperkt Oost. Ik vind het altijd een beetje vreemd om voor een hotel te staan terwijl het doel niet is om er te overnachten. Alsof de portier mij weg wil sturen. Mijn eigenaardige eigenschap is dat ik soms wel een kwartier eerder ben dan afgesproken. Maar als ik daar eenmaal ben sta ik daar voor de deur te wachten en eigenlijk te niksen. En dan ga ik dus afvragen of mensen, zoals een portier, mij niet vreemd vinden.

Gelukkige heeft Annemarije, de journaliste van de Dwars die een stukje gaat schrijven over onze avond, ook deze eigenschap. Even later komt Dror uit het hotel lopen. Hij heeft hier kennelijk geen last van. Hij zat al aan een tafeltje en had al een drankje besteld. Vandaag is het doel om dit hotel en twee andere restaurants/cafés te testen op zijn toegankelijkheid. Van 3 t/m 8 oktober is het namelijk weer de Week van de Toegankelijkheid en dit jaar wordt er speciaal aandacht gegeven aan de horeca.

Even later komen ook Jos en Maarten aangewandeld. We gaan zitten aan een tafeltje op het terras van The Manor. De sfeer is heel relaxed. Het is een mooie warme zomerdag, waarom zouden we ons druk maken. We bestellen allemaal een drankje terwijl wij wachten op Frederieke. Na een half uur komt Frederieke aanwandelen. Ze vertelde over een begrafenis waarbij ze aanwezig wilde zijn. Ze had het doorgegeven aan Jos. Geen nood. We hadden nog de hele avond voor het testen van de verschillende tenten die wij aan zouden doen.

Frederieke bestelde ook rustig een drankje. Daarna maakten we ons klaar om toch binnen naar de toegankelijkheid te kijken. Toen we naar binnen liepen via de hoofdingang van The Manor wilde Maarten eerst nog wat foto’s maken van hoe we naar binnen liepen.

The Manor Hotel is een goed toegankelijk hotel. Het heeft een ruime ingang. Als je naar het restaurant loopt is er in het midden een bar. Links en rechts van de bar zijn tafeltjes en stoelen voor de restaurant. De tafeltjes rechts van de bar zijn meer bedoelt voor een drankje en de tafeltjes links van de bar meer om iets te eten. Na de toilet ook te hebben gecheckt gingen we aan een tafeltje rechts zitten. Dror vond dat het misschien wat lichter mocht zijn in het hotel. Daarnaast vond ik dat ze wel een handvat aan de binnenkant van de deur mochten plaatsen van het toilet. Hierdoor kan je de deur van binnenuit sluiten als je in een rolstoel zit. Maar dit waren maar details. Voor de rest was het een ontzettend toegankelijk hotel. Ook genoeg ruimte tussen de tafeltjes.

We gingen nu de straat op richting het restaurant waar we wilden eten. Eigenlijk wilden we bij De Biertuin eten, maar daar was het zo druk. Dus liepen we verder naar Louie Louie. Het restaurant zelf was niet toegankelijk, er waren treden om binnen te komen. Maar we gingen wat eten aan het terras. Op het terras stonden van die campingtafels waarbij de banken aan de tafels zitten. Niet ideaal voor mensen in een rolstoel. Je kunt met je rolstoel dan alleen aan de kop zitten, waardoor je veel ruimte in beslag neemt van het gangpad.

Er zijn twee soorten van toegankelijkheid te onderscheiden. Fysieke en sociale toegankelijkheid. Fysieke toegankelijkheid gaat om of je ergens binnen kan komen, kun je overal komen. En sociale toegankelijkheid gaat om of je ergens welkom bent. Na het eten bij Louie Louie hebben we nog een drankje genomen bij Spargo om de avond af te sluiten. Spargo heeft een terras dat fysiek niet zo toegankelijk is. Er staan te veel tafeltjes op het terras, er is weinig ruimte om aan een tafeltje te zitten. Maar Spargo is wel sociaal toegankelijk. Dit houdt in dat de serveersters er alles aan wil doen om je toch op het terras te krijgen. Ze verschuiven tafels zodat het toch mogelijk is om aan een tafel te zitten met uiteindelijk een lekkere goudgele rakker in je hand.

Het was een mooie avond. Waarbij het heel gezellig was maar daarnaast ook nuttig om goed naar de toegankelijkheid te kijken. Een mooi voorproefje voor tijdens de Week van de Toegankelijkheid.

Summer in the city. Ook voor toeristen

15458620785_df2c7240cd_z

Het is zomer in de stad. Amsterdam heeft wat meer tijd nodig voordat het doordrongen is van de zomer. Op een donderdagmiddag werd ik opeens gebeld door Disability Studies. Ooit ben ik wel eens bij een event geweest van hun op de Vrije Universiteit. Het doel van deze organisatie is het creëren van in een inclusieve stad of gemeente. Dus een stad of gemeente waarin iedereen kan meedoen, beperking of niet zonder drempels.

Ik wist dat deze stichting veel internationale contacten heeft. Het doel is namelijk in zoveel mogelijk gemeentes over de hele wereld voor inclusie te zorgen. Er waren namelijk Wit-Russische toeristen met een beperking in de stad. Deze toeristen wilden meer weten over de toegankelijkheid in deze stad en de mogelijkheid van reizen met het openbaar vervoer. Of ik morgenavond in hun hotel hier iets over wilde vertellen? José Smits, van Inclusie Nederland en die ik onder andere ken van het Freedom Fighters Festival, adviseerde om dit aan mij te vragen. Blijkbaar werd ik gezien als een ‘expert’ op dit gebied.

Zo gezegd, zo gedaan. Op die vrijdagavond nam ik de metro naar de Rai. Ze verbleven namelijk in Motel One. Nu ben ik blijkbaar wel een ‘expert’ op het gebied van toegankelijk, maar aan mijn oriëntatiegevoel moet ik nog iets doen. Zo heb ik nog een tijdje rondom de Rai rondgezworven totdat ik er achter kwam dat het hotel eigenlijk al de hele tijd vlakbij de metrohalte was. Een kwartier later dan afgesproken kwam ik het hotel binnen. Desondanks werd ik vrolijk begroet.

Het groepje dat een gesprek met mij wilde bestond uit twee personen en daarnaast hun begeleiding. De één was voorzitter van de Wit-Russische invalide gemeenschap en de ander werkte voor een vereniging voor rechten voor mensen met een beperking. Alleen konden ze beiden niet Engels dus een begeleidster vertaalde de hele tijd. Dus via haar werden de vragen aan mij gesteld. Dit duurde soms wel even, want ze hadden soms een lange intro voordat ze de vraag stelde. De eerste vragen waren over de organisatie waarvoor ik dit deed. Waar ik niet echt op voorbereid was aangezien ik nog maar één keer bij een event was geweest. Mij was verteld dat ze vooral wilde weten hoe toegankelijk Amsterdam is en het reizen binnen de stad. Later kwamen er vragen over de toegankelijkheid en het openbaar vervoer in de stad.

Ik vroeg aan ze hoe lang ze hier al waren. Het bleek dat ze gisteren aangekomen waren. Ze waren tot nu toe alleen bij het toeristische gedeelte rondom het Rijksmuseum geweest. Dit hadden ze gedaan met de touringbus waarmee ze ook hier naar toe gereisd waren. Misschien was het leuk om de komende dagen ook nog het openbaar vervoer uit te proberen. In Minsk bleken ze niet deze mogelijkheid te hebben.

Het is voor mij toch altijd weer een bewustwording. In Nederland vind ik dat het zoveel beter kan, zeker op het gebied van toegankelijkheid van openbare gebouwen. Maar andere landen kennen helemaal niet de mogelijkheid van openbaar vervoer die wij op het moment hebben of de mogelijkheid van goed onderwijs. Zo was er een Belg bij het Freedom Fighters Festival die vertelde dat in geen enkele stad in België het openbaar vervoer toegankelijk is. Zelfs niet in Brussel. Je zou zeggen bijna de hoofdstad van Europa. Die moet toch het goede voorbeeld geven.

Het was leuk gevraagd te zijn om dit te doen. Altijd leuk om weer nieuwe vrienden te maken. We hadden nog wat contactgegevens uitgewisseld en ik moest zeker een keer Minsk bezoeken. Ik besloot maar weer de metro naar huis te nemen. De stad is nu echt doordrongen van de zomer. Een mooie tijd om gebruik te maken van de vrijheid van het openbaar vervoer.

Enthousiasme voor handicap

20160719_131319_resized

Nog steeds zit ik te zoeken naar een nieuwe uitdaging. Vorige maand was ik bij een netwerkevent genaamd Groot(s) Amsterdam. Er waren grote organisaties aanwezig zoals ABN AMRO, ING, IBM, PwC en KPMG. Maar er was ook een stoeltje vrij gemaakt voor iemand van CNV Jongeren. Zelf heb ik niet heel veel met vakbonden, maar ik werd aangesproken. Deze Jessy sprak met veel enthousiasme over het project De Realisten.

Het doel van De Realisten Promoteam is dat je na een vijftal trainingen jezelf gaat presenteren bij verschillende bedrijven. Tijdens deze presentatie geef je aan wat het betekent om iemand met een arbeidshandicap aan te nemen. Daarnaast geef je aan wat voor een voorzieningen er zijn vanuit het UWV. Het doel is om de bedrijven die een presentatie gekregen hebben enthousiast te maken en ervoor zorgen dat ze de stap willen zetten om iemand met een arbeidshandicap aan te nemen.

Ik wist niet wat ik van dit project moest verwachten, maar ik gaf aan dat ik mee wilde doen aan de trainingen. Zo ging ik op vrijdag 1 juli naar de eerste training op het Werk en Re-integratie bureau op de Jan van Galenstraat. Tijdens de eerste training was er een voorbeeld van hoe zo’n presentatie eruit moet zien. Een veteraan in het geven van deze presentaties gaf een presentatie aan ons. Voor mij leek deze presentatie een beetje een algemeen verhaal. Later kwam ik er wel achter dat je je eigen twist aan de presentatie kan geven. Het is ook lastig. De presentatie moet je geven in ongeveer 25 minuten. Dus je hebt ook geen tijd voor een uitgebreid verhaal.

De volgende twee training ging over de Elevator Pitch. Een Elevator Pitch is jezelf presenteren in 2 á 3 minuten. Wie je bent, wat je doet en wat je kwaliteiten zijn. Stel je voor je komt je (toekomstige) directeur/CEO tegen in de lift dan moet je dat kunnen vertellen in de periode dat je samen in de lift staat. Tijdens de tweede training moest je deze Elevator Pitch voorbereiden en we kregen adviezen van onze trainers Ilse en Robin. Toen we de derde training kregen moesten we onze Elevator Pitch presenteren aan de groep.

De laatste twee trainingen gingen over wat het betekent om iemand met een arbeidshandicap aan te nemen en wat voor een voordelen dat heeft. Deze presentatie is al gemaakt in een powerpoint door de organisatoren van De Realisten Promoteam. Uiteindelijk bestaat het team uit Amsterdam uit zes personen. Het is de bedoeling dat je met zijn tweeën naar een bedrijf gaat om de presentatie te geven. Tijdens de vierde training werd je aan iemand anders gekoppeld. Tijdens die training bereiden we samen de presentatie voor. Op de vijfde training gaf je samen de presentatie aan de groep. Het liep beter dan verwacht. Tijdens die presentatie kwam ik er ook achter dat je een eigen twist aan je presentie kan geven. Wat jij belangrijker vindt haal je meer naar boven.

Afgelopen dinsdag gaven we presentatie aan een groep medewerkers van het Werk en Re-integratie bureau. Althans Ilse en Robin gaven meer de presentatie. Wij gaven onze eigen Elevator Pitch. Dit was een groot succes. De medewerkers wilde daarnaast ons ook helpen aan een baan.

Nu zijn we klaar als De Realisten Promoteam Amsterdam om een goede presentatie te geven aan bedrijven in en rondom Amsterdam. We gaan ervoor zorgen dat zoveel mogelijk bedrijven uit deze omgeving enthousiast wordt en iemand aan wil nemen met een arbeidshandicap!

Wilt u als bedrijf dat wij bij u komen presenteren? Neem contact op met Robin de Rooij, r.derooij@cnvjongeren.nl of 06 24813467.