Een week aandacht voor toegankelijkheid is niet genoeg!

wandelingtoegankelijkheid

Misschien is het je niet opgevallen, maar van 3 t/m 8 oktober was het de Week van de Toegankelijkheid. Reden voor mij om dit op een bepaalde manier onder de aandacht te brengen. Op 7 oktober reed ik richting de Stopera. Daar wachten een aantal fractieleden van D66 uit de gemeenteraad en Tweede Kamerlid Vera Bergkamp op mij. Zij wilden deze week ook onder de aandacht brengen en laten zien hoe belangrijk toegankelijkheid is om iedereen mee te laten participeren in deze samenleving.

Het is altijd een mooi ritje vanaf waar ik woon naar de Stopera. Je gaat via de Plantage Middenlaan langs Artis. Door deze prachtige klassieke dierentuin is het één van de groenste lanen dat Amsterdam rijk is. Eenmaal aangekomen bij de Stopera heb ik mij nog niet eens aangemeld bij de receptie of Christaan van Cliëntenbelang meld zich ook aan. Niet veel later komt Jan-Bert en we hoeven bijna niets meer te zeggen. We worden meegenomen naar de fractiekamer van D66. Toen we in de kamer kwamen was iedereen al aanwezig. Alleen stadsdeelvoorzitter van het Centrum, Boudewijn Oranje, kwam iets later binnen. We deden een voorstelrondje. Iedereen gaf aan op wat voor een manier zij bezig zijn met de toegankelijkheid te verbeteren.

Na het voorstelrondje gingen we over naar wat voor een obstakels in de openbare ruimte nu echt het belangrijkste zijn om aan te pakken. Vera Bergkamp trapte af met de toegankelijkheid van de metrohaltes. Amsterdam ligt al een tijdje open en er wordt flink aan de Noord- / Zuidlijn gewerkt. Hierdoor kun je op het moment niet gebruik maken van de lift bij de metrohalte op het Waterloopplein vlakbij de Stopera. Een ander punt die besproken werd is het uitbreiden van terrassen van restaurant- en café-eigenaren. Hierdoor is er veel te weinig ruimte op de stoep. Ook bloembakken van bewoners zorgen voor te smalle stoepen. Maar ook te smalle stoepen op zich en te steile hellingen passeerden de revue.

Nu was het tijd voor de wandeling. Bij een zebrapad kwam er al een punt naar voren. De drukknop om aan te geven dat je wil oversteken zat te hoog. Daarnaast was de tussenstoep bij het zebrapad erg smal. Na het oversteken wilde Christiaan het gebouw van Academie van Bouwkunst ingaan. Terwijl ze hier studeren om architect te worden is het gebouw een voorbeeld van ontoegankelijkheid. Op de begane grond is het nog toegankelijk en heeft het zelfs een invalide toilet. Maar dan is er verderop toch een trede om verder te komen. Ook de hogere verdiepingen kun je alleen bereiken via een trap.

Na het bezoeken van de Academie gaat de wandeling weer verder buiten. We maakten een wandeling rondom de Stopera. Alle punten die we in de fractiekamer bespraken kwamen we tegen. Een parkje dat alleen via traptreden te bereiken was. Bij metrohalte Weesperplein was een voorbeeld van een hele smalle stoep waardoor je wel verplicht was de weg op te gaan. Daarnaast ging de weg ook nog eens heel steil onder een brug door. We liepen weer terug richting de Stopera. Daar kwamen we ook een voorbeeld tegen waarbij een bloembak midden op de stoep is gezet. De bewoner zorgt hierdoor er ook nog eens voor dat hij/zij zijn eigen voortuintje creëert door de ruimte tussen zijn woning en de bloembak. Dit is zelfs eigenlijk helemaal niet zijn eigendom, maar officieel openbare ruimte.

Wanneer we teruggekeerd waren bij de Stopera maakte Vera Bergkamp nog een filmpje om de Week van de Toegankelijkheid onder de aandacht te brengen van D66. Na dit filmpje ging iedereen weer zijn eigen weg. Ik nam weer de groene weg via Plantage Middenlaan. Een mooie afsluiting om aandacht te geven aan toegankelijkheid. De wandeling had ook al meteen effect. Raadsleden Jan-Bert Vroege en Meltem Kaya hebben een motie ingediend waardoor Amsterdammers strenger beboet kunnen worden door zomaar je fiets ergens neer te zetten. Hierdoor komen we vaak niet ergens langs. Maar dit is de eerste stap en er moeten nog vele stappen volgen.

 

Voorproefje voor de horeca

SONY DSC

Foto: Maarten Doedes

Het is een vrijdagmiddag. De Linnaeusstraat maakt zich op voor weer een nieuwe uitgaansavond. Ik wacht bij The Manor Hotel op de rest van mijn vrienden van Onbeperkt Oost. Ik vind het altijd een beetje vreemd om voor een hotel te staan terwijl het doel niet is om er te overnachten. Alsof de portier mij weg wil sturen. Mijn eigenaardige eigenschap is dat ik soms wel een kwartier eerder ben dan afgesproken. Maar als ik daar eenmaal ben sta ik daar voor de deur te wachten en eigenlijk te niksen. En dan ga ik dus afvragen of mensen, zoals een portier, mij niet vreemd vinden.

Gelukkige heeft Annemarije, de journaliste van de Dwars die een stukje gaat schrijven over onze avond, ook deze eigenschap. Even later komt Dror uit het hotel lopen. Hij heeft hier kennelijk geen last van. Hij zat al aan een tafeltje en had al een drankje besteld. Vandaag is het doel om dit hotel en twee andere restaurants/cafés te testen op zijn toegankelijkheid. Van 3 t/m 8 oktober is het namelijk weer de Week van de Toegankelijkheid en dit jaar wordt er speciaal aandacht gegeven aan de horeca.

Even later komen ook Jos en Maarten aangewandeld. We gaan zitten aan een tafeltje op het terras van The Manor. De sfeer is heel relaxed. Het is een mooie warme zomerdag, waarom zouden we ons druk maken. We bestellen allemaal een drankje terwijl wij wachten op Frederieke. Na een half uur komt Frederieke aanwandelen. Ze vertelde over een begrafenis waarbij ze aanwezig wilde zijn. Ze had het doorgegeven aan Jos. Geen nood. We hadden nog de hele avond voor het testen van de verschillende tenten die wij aan zouden doen.

Frederieke bestelde ook rustig een drankje. Daarna maakten we ons klaar om toch binnen naar de toegankelijkheid te kijken. Toen we naar binnen liepen via de hoofdingang van The Manor wilde Maarten eerst nog wat foto’s maken van hoe we naar binnen liepen.

The Manor Hotel is een goed toegankelijk hotel. Het heeft een ruime ingang. Als je naar het restaurant loopt is er in het midden een bar. Links en rechts van de bar zijn tafeltjes en stoelen voor de restaurant. De tafeltjes rechts van de bar zijn meer bedoelt voor een drankje en de tafeltjes links van de bar meer om iets te eten. Na de toilet ook te hebben gecheckt gingen we aan een tafeltje rechts zitten. Dror vond dat het misschien wat lichter mocht zijn in het hotel. Daarnaast vond ik dat ze wel een handvat aan de binnenkant van de deur mochten plaatsen van het toilet. Hierdoor kan je de deur van binnenuit sluiten als je in een rolstoel zit. Maar dit waren maar details. Voor de rest was het een ontzettend toegankelijk hotel. Ook genoeg ruimte tussen de tafeltjes.

We gingen nu de straat op richting het restaurant waar we wilden eten. Eigenlijk wilden we bij De Biertuin eten, maar daar was het zo druk. Dus liepen we verder naar Louie Louie. Het restaurant zelf was niet toegankelijk, er waren treden om binnen te komen. Maar we gingen wat eten aan het terras. Op het terras stonden van die campingtafels waarbij de banken aan de tafels zitten. Niet ideaal voor mensen in een rolstoel. Je kunt met je rolstoel dan alleen aan de kop zitten, waardoor je veel ruimte in beslag neemt van het gangpad.

Er zijn twee soorten van toegankelijkheid te onderscheiden. Fysieke en sociale toegankelijkheid. Fysieke toegankelijkheid gaat om of je ergens binnen kan komen, kun je overal komen. En sociale toegankelijkheid gaat om of je ergens welkom bent. Na het eten bij Louie Louie hebben we nog een drankje genomen bij Spargo om de avond af te sluiten. Spargo heeft een terras dat fysiek niet zo toegankelijk is. Er staan te veel tafeltjes op het terras, er is weinig ruimte om aan een tafeltje te zitten. Maar Spargo is wel sociaal toegankelijk. Dit houdt in dat de serveersters er alles aan wil doen om je toch op het terras te krijgen. Ze verschuiven tafels zodat het toch mogelijk is om aan een tafel te zitten met uiteindelijk een lekkere goudgele rakker in je hand.

Het was een mooie avond. Waarbij het heel gezellig was maar daarnaast ook nuttig om goed naar de toegankelijkheid te kijken. Een mooi voorproefje voor tijdens de Week van de Toegankelijkheid.

Summer in the city. Ook voor toeristen

15458620785_df2c7240cd_z

Het is zomer in de stad. Amsterdam heeft wat meer tijd nodig voordat het doordrongen is van de zomer. Op een donderdagmiddag werd ik opeens gebeld door Disability Studies. Ooit ben ik wel eens bij een event geweest van hun op de Vrije Universiteit. Het doel van deze organisatie is het creëren van in een inclusieve stad of gemeente. Dus een stad of gemeente waarin iedereen kan meedoen, beperking of niet zonder drempels.

Ik wist dat deze stichting veel internationale contacten heeft. Het doel is namelijk in zoveel mogelijk gemeentes over de hele wereld voor inclusie te zorgen. Er waren namelijk Wit-Russische toeristen met een beperking in de stad. Deze toeristen wilden meer weten over de toegankelijkheid in deze stad en de mogelijkheid van reizen met het openbaar vervoer. Of ik morgenavond in hun hotel hier iets over wilde vertellen? José Smits, van Inclusie Nederland en die ik onder andere ken van het Freedom Fighters Festival, adviseerde om dit aan mij te vragen. Blijkbaar werd ik gezien als een ‘expert’ op dit gebied.

Zo gezegd, zo gedaan. Op die vrijdagavond nam ik de metro naar de Rai. Ze verbleven namelijk in Motel One. Nu ben ik blijkbaar wel een ‘expert’ op het gebied van toegankelijk, maar aan mijn oriëntatiegevoel moet ik nog iets doen. Zo heb ik nog een tijdje rondom de Rai rondgezworven totdat ik er achter kwam dat het hotel eigenlijk al de hele tijd vlakbij de metrohalte was. Een kwartier later dan afgesproken kwam ik het hotel binnen. Desondanks werd ik vrolijk begroet.

Het groepje dat een gesprek met mij wilde bestond uit twee personen en daarnaast hun begeleiding. De één was voorzitter van de Wit-Russische invalide gemeenschap en de ander werkte voor een vereniging voor rechten voor mensen met een beperking. Alleen konden ze beiden niet Engels dus een begeleidster vertaalde de hele tijd. Dus via haar werden de vragen aan mij gesteld. Dit duurde soms wel even, want ze hadden soms een lange intro voordat ze de vraag stelde. De eerste vragen waren over de organisatie waarvoor ik dit deed. Waar ik niet echt op voorbereid was aangezien ik nog maar één keer bij een event was geweest. Mij was verteld dat ze vooral wilde weten hoe toegankelijk Amsterdam is en het reizen binnen de stad. Later kwamen er vragen over de toegankelijkheid en het openbaar vervoer in de stad.

Ik vroeg aan ze hoe lang ze hier al waren. Het bleek dat ze gisteren aangekomen waren. Ze waren tot nu toe alleen bij het toeristische gedeelte rondom het Rijksmuseum geweest. Dit hadden ze gedaan met de touringbus waarmee ze ook hier naar toe gereisd waren. Misschien was het leuk om de komende dagen ook nog het openbaar vervoer uit te proberen. In Minsk bleken ze niet deze mogelijkheid te hebben.

Het is voor mij toch altijd weer een bewustwording. In Nederland vind ik dat het zoveel beter kan, zeker op het gebied van toegankelijkheid van openbare gebouwen. Maar andere landen kennen helemaal niet de mogelijkheid van openbaar vervoer die wij op het moment hebben of de mogelijkheid van goed onderwijs. Zo was er een Belg bij het Freedom Fighters Festival die vertelde dat in geen enkele stad in België het openbaar vervoer toegankelijk is. Zelfs niet in Brussel. Je zou zeggen bijna de hoofdstad van Europa. Die moet toch het goede voorbeeld geven.

Het was leuk gevraagd te zijn om dit te doen. Altijd leuk om weer nieuwe vrienden te maken. We hadden nog wat contactgegevens uitgewisseld en ik moest zeker een keer Minsk bezoeken. Ik besloot maar weer de metro naar huis te nemen. De stad is nu echt doordrongen van de zomer. Een mooie tijd om gebruik te maken van de vrijheid van het openbaar vervoer.

Enthousiasme voor handicap

20160719_131319_resized

Nog steeds zit ik te zoeken naar een nieuwe uitdaging. Vorige maand was ik bij een netwerkevent genaamd Groot(s) Amsterdam. Er waren grote organisaties aanwezig zoals ABN AMRO, ING, IBM, PwC en KPMG. Maar er was ook een stoeltje vrij gemaakt voor iemand van CNV Jongeren. Zelf heb ik niet heel veel met vakbonden, maar ik werd aangesproken. Deze Jessy sprak met veel enthousiasme over het project De Realisten.

Het doel van De Realisten Promoteam is dat je na een vijftal trainingen jezelf gaat presenteren bij verschillende bedrijven. Tijdens deze presentatie geef je aan wat het betekent om iemand met een arbeidshandicap aan te nemen. Daarnaast geef je aan wat voor een voorzieningen er zijn vanuit het UWV. Het doel is om de bedrijven die een presentatie gekregen hebben enthousiast te maken en ervoor zorgen dat ze de stap willen zetten om iemand met een arbeidshandicap aan te nemen.

Ik wist niet wat ik van dit project moest verwachten, maar ik gaf aan dat ik mee wilde doen aan de trainingen. Zo ging ik op vrijdag 1 juli naar de eerste training op het Werk en Re-integratie bureau op de Jan van Galenstraat. Tijdens de eerste training was er een voorbeeld van hoe zo’n presentatie eruit moet zien. Een veteraan in het geven van deze presentaties gaf een presentatie aan ons. Voor mij leek deze presentatie een beetje een algemeen verhaal. Later kwam ik er wel achter dat je je eigen twist aan de presentatie kan geven. Het is ook lastig. De presentatie moet je geven in ongeveer 25 minuten. Dus je hebt ook geen tijd voor een uitgebreid verhaal.

De volgende twee training ging over de Elevator Pitch. Een Elevator Pitch is jezelf presenteren in 2 á 3 minuten. Wie je bent, wat je doet en wat je kwaliteiten zijn. Stel je voor je komt je (toekomstige) directeur/CEO tegen in de lift dan moet je dat kunnen vertellen in de periode dat je samen in de lift staat. Tijdens de tweede training moest je deze Elevator Pitch voorbereiden en we kregen adviezen van onze trainers Ilse en Robin. Toen we de derde training kregen moesten we onze Elevator Pitch presenteren aan de groep.

De laatste twee trainingen gingen over wat het betekent om iemand met een arbeidshandicap aan te nemen en wat voor een voordelen dat heeft. Deze presentatie is al gemaakt in een powerpoint door de organisatoren van De Realisten Promoteam. Uiteindelijk bestaat het team uit Amsterdam uit zes personen. Het is de bedoeling dat je met zijn tweeën naar een bedrijf gaat om de presentatie te geven. Tijdens de vierde training werd je aan iemand anders gekoppeld. Tijdens die training bereiden we samen de presentatie voor. Op de vijfde training gaf je samen de presentatie aan de groep. Het liep beter dan verwacht. Tijdens die presentatie kwam ik er ook achter dat je een eigen twist aan je presentie kan geven. Wat jij belangrijker vindt haal je meer naar boven.

Afgelopen dinsdag gaven we presentatie aan een groep medewerkers van het Werk en Re-integratie bureau. Althans Ilse en Robin gaven meer de presentatie. Wij gaven onze eigen Elevator Pitch. Dit was een groot succes. De medewerkers wilde daarnaast ons ook helpen aan een baan.

Nu zijn we klaar als De Realisten Promoteam Amsterdam om een goede presentatie te geven aan bedrijven in en rondom Amsterdam. We gaan ervoor zorgen dat zoveel mogelijk bedrijven uit deze omgeving enthousiast wordt en iemand aan wil nemen met een arbeidshandicap!

Wilt u als bedrijf dat wij bij u komen presenteren? Neem contact op met Robin de Rooij, r.derooij@cnvjongeren.nl of 06 24813467.

Samen kom je tot oplossingen

freedomfightersfestival

Na alweer een maandje flink thuis zoeken naar een nieuwe uitdaging hield ik afgelopen weekend even rust met het zoeken. Het was afgelopen weekend een interessante en leuk weekend. Ik was deelnemer aan het Freedom Fighters Festival. Het festival was georganiseerd door een goede vriendin Thiandi Grooff. Doel van het festival was bewustwording van de rechten van mensen met een beperking.

Thiandi heb ik geholpen met hoe ze het festival het beste kon promoten via Facebook. Buiten dat was ik niet betrokken bij de organisatie. Dus toen ik vrijdagavond naar De Meevaart reed wist ik niet wat ik kon verwachten. Tot mijn verrassing waren er veel buitenlanders bij betrokken uit onder andere Engeland en Ierland. Een verrassing omdat het festival binnen Stadsdeel Oost plaatsvond en de dag erna zouden we in gesprek gaan met lokale politici.

Al met al kan ik zeggen dat het wel een leuke verrassing was. In de tuin van De Meevaart stelden iedereen zich voor. Tijdens het voorstellen voelde ik al meteen dat er klik was. Engelsen hebben ontzettend goed gevoel voor humor. Daarnaast raakte ik aan de praat Joe. Hij verontschuldigde zich letterlijk voor zijn ‘ domme’ landgenoten dat ze voor de Brexit hadden gestemd. Naar een lekker Indische maal gingen we richting park Frankendael. Hier keken op een groot scherm naar de opera “Schoppenvrouw” van Tsjaikovski. De aandacht voor de opera was niet groot en morgen zou het een drukke dag worden. Dus de meeste besloten al snel naar huis te gaan of hun hotel.

De volgende dag ging ik weer richting De Meevaart. De groep zat al te wachten voor het verhaal van Anthony. Anthony komt uit Ierland. Tegen zijn wil in en die van zijn moeder is hij daar geplaatst in een instelling. Twee jaar heeft hij in die instelling gezeten. Tegen zelfs het advies van zijn dokter kreeg hij medicijnen die juist epilepsie veroorzaakte. Joe hielp de moeder van Anthony. Hij overtuigde de buurt waar Anthony opgroeide van de ernst van de situatie. Hierdoor ontstonden protesten die er uiteindelijk voor zorgden dat Anthony ontslagen werd uit de instelling. Tegenwoordig woont hij op zich zelf. Hij wil graag reizen maken om zijn verhaal te vertellen aan de buitenwereld.

Na dit indrukwekkende verhaal maakten we ons klaar voor het gesprek met de politici. Terwijl ikzelf helemaal niet gewend ben om te protesteren schreven we teksten op die we tijdens de mars naar het Centrum voor Beeldende Kunst omhoog zouden houden. Uiteindelijk had ik toch een tekst meegenomen tijdens de mars met: “Our voices must be heard”. Het gesprek met lokale politici was erg goed. De partijen die aanwezig waren SP, GroenLinks, PvdA en D66 vertelden eerst waar hun partij voor stond om de positie van mensen met een beperking te verbeteren. Daarna vertelden ze wat hun doelstellingen zijn voor de komende jaren. De vragen uit het publiek varieerde over toegankelijkheid tot kansen op studie en werk. Maar ook de mogelijkheden voor mensen met een (lichte) verstandelijke beperking om les te krijgen in het reguliere onderwijs. Alle partijen gaven aan dat hier nog grote stappen in te maken zijn.

Na dit gesprek werden we bij vriendschap community Assadaaka getrakteerd op een lekker maal. Assadaaka heeft juist als doel om integratie en participatie te laten slagen in ons land en speciaal in Amsterdam-Oost. Een heel goed doel. We moeten juist verbinden in deze tijd om met oplossingen te komen. Daarom is de Brexit ook zo erg. Juist met een samenwerking van een groot EU kan iedereen participeren in de samenleving. Het waren twee mooie dagen waarin ik goede nieuwe vrienden heb gemaakt.

Op naar de volgende stap

10776077566_f85981db4d_o

Het is een donderdagavond. Ik rijd net weg van een borrel op mijn werk. Ik neem bus 22 richting de Indische Buurt, naar mijn huis. Het zal de laatste keer zijn dat ik de bus neem terug naar huis voor mijn werk. Na twee jaar Telfort ben ik weer opzoek naar een nieuwe uitdaging. Twee jaar waarin ik veel geleerd heb. Twee jaar waarin ik goede contacten heb gemaakt. Bij een bedrijf waar ik een mooie kans heb gekregen om mij te laten zien.

Twee weken na dat ik begonnen was had ik al een introductiedag in het hoofdkantoor van KPN in Den Haag. Wat mij opviel, toen ik een praatje maakte met andere nieuwe collega’s, was dat er zoveel plaatsen in Nederland zijn waar een vestiging is van KPN. Dat er ook zoveel verschillende functies bestonden die ik niet eens kende. We kregen een kijkje in de keuken in de verschillende bestuurslagen. En de term Net Promotor Score (NPS) hoorde ik voor het eerst. Een term die als rode draad zou lopen door mijn tijd bij Telfort. Net als, wat later bleek, de Customer Effort Score (CES).

Mijn eerste taak was meewerken aan het bouwen van een User Guided Search (UGS). Met de UGS worden bezoekers stap voor stap geleid naar hun antwoord als ze problemen hebben met hun internet, telefonie of televisie. Ik leerde door deze opdracht mijn collega’s goed kennen. We zaten een aantal weken opgesloten in één ruimte om de UGS af te krijgen. Na deze weken stond de UGS live.

Wanneer de UGS live staat betekent het niet dat hij af is. Dit is pas het begin van het werk. De bezoekers van de website moeten de UGS wel kunnen vinden. Zowel via de homepage als via de zoekmachine. Wanneer je op de homepage bent kun je je afvragen of een button of juist een normale link ervoor zorgen gaat dat de bezoekers in de UGS terecht komen. Daarnaast moet je ook de juiste tekst geven in de button of de link. Dit kan zijn “Snel naar je antwoord” of “Vind je antwoord”. Uiteindelijk heeft een A/B test uitgewezen dat een link in de navigatie met de tekst “Snel naar je antwoord” het beste was.

Naast de UGS goed vindbaar maken is het ook belangrijk om te achterhalen hoe goed de artikelen in de UGS bezocht worden. Hoeveel bezoekers heeft een bepaald artikel? Waar klikken de bezoekers op in het artikel? Wat was de vorige pagina die ze bezochten? Hoe vaak gaan ze na het bezichtigen van het artikel naar de contactpagina om contact op te nemen met de klantenservice? De UGS moet er juist voor zorgen dat bezoekers dit niet doen en dat de bezoekers hun antwoord gevonden heeft zonder contact op te nemen met de klantenservice. De percentage van bezoekers die geen contact opneemt met de klantenservice wordt de Non Contact Ratio genoemd (NCR). Deze informatie is terug te vinden via Omniture.

Kortom het optimaliseren van de UGS houdt nooit op. Naast dit alles vraagt Telfort ook aan hun bezoekers of ze feedback willen geven over de website. Naar aanleiding van deze feedback worden ook aanpassingen aangebracht aan de artikelen. Het doel als Content Manager bij Telfort was ervoor te zorgen dat bezoekers eerder hun antwoord vinden op problemen met hun internet, telefonie of televisie online dan dat ze de klantenservice bellen. Dit doel is voor een groot deel bereikt. Dat geeft de prijs van WUA wel aan, wereldwijd marktleider op het gebied van digital benchmarking. Zij vonden Telfort.nl de beste service customer journeys bieden van heel telecomland.

Het is donderdagavond. Ik ben net thuis gekomen van een borrel van mijn werk. Net op tijd voor de plas die ik lang heb opgehouden. Tijdens het plassen besef ik dat ik blij mag zijn met wat ik gedaan heb bij Telfort. Bij Telfort ben ik er achter gekomen dat ik mij verder wil ontwikkelen als Content Manager. Maar ik wil een ander wereld leren kennen dan de telecom. Graag weer voor een grote organisatie. Die houden namelijk van afkortingen. NPS, CES, UGS, NCR. Ik kan het bijna dromen. De toekomst zal het uitwijzen.

Eerste stap naar toegankelijkheid

3289866245_842e64e28f_z

Wat was vorige week donderdag, 21 januari, een mooie dag voor gehandicapt Nederland. Het amendement van Otwin van Dijk om toegankelijkheid voor mensen met handicap te verplichten was aangenomen door de Tweede Kamer. Natuurlijk een hele grote stap voorwaarts. Voorheen werd het VN-verdrag inzake rechten van personen met een handicap alleen geratificeerd. Nu zijn er ook verplichtingen aan gesteld.

Natuurlijk ben ik hier hartstikke blij mee, maar we moeten ons wel beseffen dat dit pas een eerste stap is naar toegankelijkheid. Het amendement geeft aan dat toegankelijkheid een vanzelfsprekendheid moet worden. Dit zou al een hele grote stap vooruit zijn. Hoe vaak is het mij niet overkomen dat ik naar een openbare gelegenheid ga, een restaurant, en de eigenaar van het restaurant heeft er zelfs nooit over nagedacht. Of ik reserveer ergens en ik vraag of het restaurant rolstoeltoegankelijk is. Ze bevestigen dat, maar als je aankomt zijn ze even dat ene treetje vergeten. Hopelijk gaan openbare gelegenheden hier nu beter over nadenken. Dit zou dus een mooie stap zijn.

Het is logisch dat het voor een historisch gebouw moeilijk is om aan deze verplichting te voldoen en dat het voor een ondernemer niet te doen is om zijn pand van de ene op de andere dag toegankelijk te maken. Daarom zie ik het als een eerste stap. Ik kan namelijk in het amendement niet terugvinden hoelang een ondernemer er dan over mag doen om zijn pand wel toegankelijk te maken. Wat wel opgenomen is zijn regels waar een ondernemer aan moet voldoen om het pand toegankelijk te maken.

Daarnaast was het voor mij ook onduidelijk wat er wordt bedoeld met“ informatie en communicatie , op zo’n manier toegankelijk maken dat het voor een zo divers mogelijke doelgroep gegarandeerd wordt”  Wat voor een verplichtingen hebben website hierdoor, zoals mijn werkgever Telfort, om de website toegankelijk te maken voor bijvoorbeeld slechtzienden of blinden? Wat is een zo divers mogelijke doelgroep? Het is mij niet duidelijk. De W3C-toegankelijkheidsrichtlijnen geeft dus nog steeds richtlijnen. Het is nog steeds geen verplichting.

Het lijkt of ik helemaal niet blij ben dat dit amendement is aangenomen. Dat ben ik zeker. Alleen zijn er nog zoveel stappen te nemen en om de volgende stappen te nemen moet je ook wat kritiek kunnen geven. Zo kijk ik echt uit wanneer dit amendement in werking is vanaf 1 januari 2017. Zo ben ik benieuwd wat dit gaat betekenen voor de Amsterdam Arena. Vanaf dat de Arena bestaat heb ik al een seizoenkaart. Met veel plezier ga ik naar iedere thuiswedstrijd. Alleen is het probleem vanaf het begin al de liften voor de rolstoelgebruikers. Toen ik in het begin een affiche las over de Amsterdam Arena stond daar in dat iedereen de Arena binnen 20 minuten kan verlaten. Nou, voor een rolstoelgebruiker kan dit wel drie kwartier tot een uur duren. In het begin waren er maar twee liften. Eén aan de noord- en één aan de zuidkant. Vanaf 2002 zijn er ook achter het doel rolstoelplekken gekomen en is er zowel aan de noord- als zuidkant een lift bijgekomen. Maar er zijn dan ook meer rolstoelplekken gekomen. Tijdens het verlaten van het stadion gaan deze twee liften dan ook alleen maar heen en terug van de verdieping waar de rolstoelgebruikers zitten achter het doel. Wij, die zitten tussen de eerste en tweede ring, zijn nog steeds afhankelijk van de twee kleine liften die er al waren vanaf het begin.

Zal dit amendement betekenen dat de Arena grotere liften moet plaatsen? Waar in ieder geval twee elektrische rolstoelen naast elkaar kunnen staan? Ik ben dus benieuwd of onder andere de Arena vanaf 1 januari dingen moet veranderen op dit gebied. Maar ook of andere openbare gelegenheden toegankelijker worden. Tijd zal het leren. Maar wat het amendement al zegt niet van de ene op de andere dag. Dit is de eerste stap van de vele die er nog moeten komen.

Reizen met een beperking. Een natuurlijkheid

6195161973_8ea76630e7_z

Het is een vrijdagavond eind juni. Ik ben op weg naar een zomerborrel van D66. De borrel is op het Science Park. Hier kom ik weer de mensen tegen waarmee ik in het campagneteam gezeten heb voor de gemeenteraadsverkiezingen. Daar hoorde ik dat deze zomer er weer aan de Noord/Zuidlijn zou worden gewerkt. Hierdoor kon je maar tot Station Zuid met de metro. Om dus naar mijn werk te komen in Sloterdijk moest ik dus weer de bus nemen.

Vorige zomer werd er ook al aan de Noord/Zuidlijn gewerkt en kon je ook maar tot Station Zuid. Toen nam ik ook de bus en was het voor de chauffeurs vrij nieuw dat iemand in een elektrische rolstoel de bus wilde nemen. Soms werd ik helemaal geweigerd. Of ze zeiden dat een rolstoeltaxi voor mij bedoeld was. Hierdoor had ik vorig jaar ook al over dit onderwerp geschreven. Dit leidde er toe dat mijn blog onder ogen kwam van Inge Vermeulen, directeur Operatie van het GVB. Zij wilde naar aanleiding van mijn stuk graag een gesprek met mij.

Het was een goed gesprek. Zij heeft destijds duidelijk gemaakt dat ik gewoon met de bus mee mag. Zie de blog van begin dit jaar. Daarnaast heeft ze nog meegereisd met de bus naar mijn huis. Toch koos ik ervoor om na die zomer gewoon weer met de metro te reizen. Dit omdat ik dan geen discussie had met de chauffeurs of ik mee mocht. Afgelopen zomer was ik weer gedwongen de bus te nemen. En ik moet zeggen het ging heel goed. De meeste chauffeurs wilden mij meenemen. Ze vonden het daarnaast niet gek dat ik mee wilde. De oude bussen, waarmee je met de hand de plank moest uitleggen, waren daarnaast uit het straatbeeld verdwenen. De chauffeurs hoeven nu alleen via een knop bij hun stuur de plank elektronisch uit te laten klappen.

Het komt erop neer dat ik ook na de werkzaamheden aan de Noord/Zuidlijn er gewoon voor koos met de bus te blijven reizen. En dat gaat heel goed. De meeste chauffeurs zijn vriendelijk. Niet altijd weten ze hoe ze de plank uit moeten leggen. Dan geef ik aan dat je de motor moet starten. Deur dicht dan schuift de plank eruit en daarna deur weer open.

Chauffeurs hebben het moeilijk. Allerlei reizigers die boos worden op ze. Dit moeten ze ook maar verdragen. Ondanks dat willen ze mij graag helpen en willen ze ervoor zorgen dat iedereen mee kan met de bus.

Vijftien jaar geleden was ik in de Verenigde Staten en toen zag ik al hoe ver ze daar waren. In Portland kon ik gewoon de trein inrijden zonder dat er een plank uitgelegd hoefde te worden en in New York nam ik de bus. Medereizigers vonden het niet vreemd. Het koste tijd om mij in te laden, maar dat accepteerden de reizigers. De bus in New York koste toch tijd en als ze haast hadden moesten ze maar een ander vervoermiddel kiezen. Mijn vader zei dat Europa zo’n tien jaar achterliep op dit gebied. Wat bleek is dat het wel wat langer duurde.

Tegenwoordig in Nederland merk ik dat het wel nieuw is voor mijn medereizigers. Niet iedereen verwacht dat iemand in een elektrische rolstoel mee wil met een bus. Maar als ze dan eenmaal het elektrische plankje uit zien schuiven zijn ze verbaast en vinden het mooi dat dit kan.

Ik hoop dat in de toekomst er veel meer vervoersmiddelen toegankelijk worden voor mensen met een beperking. Onder andere dat je geen plank meer nodig hebt om de trein te nemen en dat er meer stations zijn waar je op kan stappen. Het moet voor iedereen een natuurlijkheid worden dat deze mensen willen reizen met het openbaar vervoer. Ik kijk er naar uit hoe dit zich gaat ontwikkelen in de toekomst.

Een flinke scheut voetbal en toegankelijkheid!

DSCN0180

Op de maandag- en vrijdagavond kijk ik graag naar Voetbal International of zoals het nu heet Voetbal Inside. Al ben ik het vaak niet eens met de mensen die aanschuiven aan de tafel. Daarnaast zijn ze ontzettend platvloers. Maar je krijgt het gevoel dat je in je huiskamer aan tafel zit met deze mensen of net alsof je met ze in de kroeg zit. Lekker een avond lullen over voetbal. Wat wil een man nog meer? Kortom een avond vol voetbal!

Dat is waar het in mei ook allemaal om draaide. 14 mei vlogen mijn broers, zwager en vader naar Cardiff om een wedstrijd te bekijken uit de grootste competitie van de wereld, de Premier League! Bij een vakantie is het altijd dat de vakantie begint wanneer je de auto instapt of in dit geval wanneer we op het vliegveld arriveren. Zeker met het inchecken van een elektrische rolstoel ben je al twee uur van te voren op het vliegveld. Als je eenmaal je rolstoel hebt afgegeven heb je daarna nog wel redelijk wat tijd te doden. Maar geen probleem. We begonnen onze mannenweekend hoe we de rest van dagen ook zouden besteden met eten. Met een dikke vette hamburger en friet. Daarna was het toch echt tijd om aan boord te gaan. Voor het eerst in mijn leven ging ik met een Cityhopper. En omdat dat vliegtuig niet aansluit op een slurf moest ik met een duwstoel dat trede voor trede over de vliegtuigtrap naar binnen ging.

Eenmaal aangekomen in Cardiff ging het allemaal veel sneller, want het vliegveld van Cardiff is niet zo groot. Mijn elektrische rolstoel stond zelfs al bij de gate. Floris moest wel mijn rolstoel in elkaar zetten. Bij Schiphol hadden ze namelijk alle onderdelen die los konden los gemaakt. Het vliegveld is echt zo klein dat we zo door de douane konden en bij de uitgang stonden. Meteen hoorde we een chauffeur dat Jolyon’s riep. We hadden in eerste instantie verwacht dat onze naam geroepen zou worden, maar gelukkig hadden we snel door dat het ons hotel was waar we in Cardiff zouden overnachten. Onze chauffeur heette Jazz en hij zou ons alle dagen vervoeren. Jazz was een vrolijke chauffeur met Indische roots. Hij wist van alles over Cardiff en kon niet stoppen met praten over de Ethiopisch immigrantenstroom waar Cardiff mee te maken heeft.

We kwamen half 11 lokale tijd aan in ons hotel. Toen we onze tassen in onze kamer zetten kwam Jochem een spierbundel in pak met oortjes in tegen die tegen hem zei stil te zijn. We deden met ze alle nog rustig een biertje en gingen daarna naar bed. De ochtend daarna bij het ontbijt vertelde een personeelslid met trots, dat de prime-minister, David Cameron, vannacht in hun hotel heeft overnacht. Onze eerste gedachten was dat het een sterk verhaal was. Toen we later op de dag via internet op Cardiff en David Cameron zochten, kwam er toch een foto naar voren van personeelsleden waar we al door geholpen waren met de prime-minister. Toch vond ik het apart. Ons hotel was prima, maar niet extreem luxe waarvan je verwacht dat een prime-minister in zal overnachten. Maar ik kan nu altijd zeggen dat ik in het zelfde hotel heb overnacht als de prime-minister van Groot-Brittannië. Dit verklaarde dus ook de spierbundel die Jochem tegen kwam.

Tijdens nog steeds dezelfde dag gingen we Cardiff bezichtigen. De stewardessen tijdens de heen vlucht hadden gelijk. Cardiff is werkelijke een prachtige stad waar je goed en uitgebreid kan winkelen. Cardiff heeft inderdaad redelijke grote shopping malls, winkelcentra. Met giga winkels van Lego, Disney en Super Dry. Dit soort grote winkels zijn zelfs in Amsterdam niet te vinden. In de middag gingen we richting het strand. Het strand van Cardiff stelt niet veel voor. Na, echt Brits, fish & chips te eten zijn we weer naar het centrum gegaan. We gingen bij ons hotel even rusten Aan het begin van de avond gingen we bij een pub kaarten. Het was volgens de pub van het Welsh rugby team. Aan de muur hing de hele geschiedenis van het Welsh rugbyteam. Na het potje kaarten gingen naar Burgers & Lobster. Hier kon je zoals de naam al zegt hamburgers en kreeften eten. Je kon kiezen tussen een hele hamburger, hele kreeft of een halve hamburger en een halve kreeft. Een hele aparte formule. We dachten misschien iets voor Nederland. Vooral mijn zwager heeft altijd veel ondernemingsideeën.

Na nog een kaartje te hebben gelegd in ons hotel stond Jazz de volgende dag klaar om ons naar Swansea te brengen. De rit van Cardiff naar Swansea duurde iets langer dan een uur. Tijdens deze rit zagen we weilanden met schapen waar Wales bekend om staat. We gingen van de ene stad naar de andere stad. Toen wij aankwamen bij ons hotel was het even wachten voordat we onze sleutels kregen. Uiteindelijk gingen we al naar het Liberty Stadium, het stadion van Swansea City, en zouden we de sleutels later krijgen. Bij het Liberty Stadium benuttigde wij ons zoveelste vette hap. Na het eten gingen we naar de fanshop om allemaal een shirt te kopen als aandenken aan deze fantastische trip.

Daarna was het tijd voor de rondleiding door het stadion. John van Zweden gaf de rondleiding. Het verhaal van John van Zweden is mooi. In Nederland staat John van Zweden bekend als behangkoning, doordat hij eigenaar is van het grootste behangbedrijf van Nederland. Daarnaast is hij een groot voetbalfan waardoor hij als echte Hagenees met zijn behangbedrijf ADO Den Haag sponsort. Maar hij is ook liefhebber van het Engelse voetbal waardoor hij als tiener penvriend werd met een Swansea City-supporter. Doordat de vriendschap hechter werd, wordt hij ook Swansea City-supporter. Als in 2002 Swansea City degradeert naar het allerlaagste professionele voetbalniveau besluiten zes trouwe supporters, waaronder hij, de voetbalclub te kopen van de toenmalige eigenaar. Hierdoor is John van Zweden nu mede-eigenaar van Swansea City. De nieuwe eigenaren boeken successen. Met als hoogte punt het promoveren naar de Premier League in 2011.

IMG_1648

In de dug-out met mijn broers en vader

Het Liberty Stadium is één van de kleinste stadions in de Premier League. Het was een grotere groep Nederlanders dan ik dacht die de rondleiding mee liepen. Bij de ingang van het stadion vertelde John iets over het stadion. Het stadion staat er sinds 2005. De gemeente van Swansea financiert het voor een symbolisch bedrag van een pond per maand. Het wordt zowel door Swansea City gebruikt als de plaatselijke rugbyclub. We gingen eerst door een tunnel waar aan de muren foto’s hingen van de huidige spelers. De tunnel liep door totdat we bij het veld aankwamen. Het veld lag er mooi bij, zoals bijna elk veld in de Premier League. Het veld bestond uit een combinatie van gras en gravel. Bij het veld werden foto’s gemaakt van ons in de dug-out. We gingen daarna naar boven waar de persruimte was. We mochten op de stoelen zitten waar de trainers ook de vragen beantwoorden van de pers. Nog iets hoger was een ruimte waar gasten uitgenodigd konden worden voor een maaltijd voor de wedstrijd. Hiervoor hebben wij niet gekozen, maar we mochten wel even zien hoe het eruit ziet. Daarna kwamen we in een ruimte waar John wel erg trots op leek te zijn. Dit was een ruimte met een luxe bar en stoelen waar de eigenaars van de clubs van de tegenstander worden uitgenodigd. Hier zou hij de volgende dag de wedstrijd bekijken. Plagerig zei hij dat wij het ‘maar’ moesten bekijken op de tribune.

IMG_1650

“Bafetimbi Gomis staat morgen in de spits. Maar dat is logisch.”

Daarna namen we een taxi terug naar ons hotel. Het mooie van de taxi’s die wij zagen in Cardiff en Swansea is dat er gewoon ook taxi’s rond rijden die een rolstoel meenemen. In Nederland moet je specifiek een rolstoeltaxi bestellen. Als er dus niemand in een rolstoel is die ze mee kunnen vervoeren dan vervoeren ze willekeurige andere klanten. Iets waar we in Nederland nog van kunnen leren.

Toen wij aankwamen in ons hotel maakten we ons klaar om wat te eten. We gingen naar de uitgaansstraten van Swansea. Dat waren maar twee straten, maar ze gaven wel veel lawaai. We kozen voor een echte Engelse pub waar het voetbal al op meerdere schermen te zien was. Er kon worden gedard en de inwoners maakten zich klaar voor een zaterdagavondje uit. Twintigers die gekleed gingen als vrouwen. Uiteindelijk hebben we daar wat drankjes gedronken en de wedstrijd van Arsenal uitgekeken. We besloten na alle uitgaansstraten te hebben bekeken toch in ons hotel te eten. We sloten de avond af met weer potje boerenbridge.

De volgende dag was de dag van de wedstrijd. Iedereen verheugden zich op de wedstrijd. Al was Floris weer aan het voorbereiden voor de vlucht terug naar Nederland. Hij kon geen dag later vertrekken omdat hij de dag erna echt moest werken. Na weer een stevige English breakfast kwam de spanning van de wedstrijd bij mij in ieder geval een beetje. Karel dronk de spanning een beetje weg door ’s ochtends vroeg al een whiskey te bestellen. Na wat samenvattingen van de wedstrijden van gisteren te hebben gekeken gingen we toch maar naar de bushalte om de bus naar het stadion te nemen. Omdat we een bus moesten laten lopen duurde het toch lang voordat de volgende bus kwam. We besloten daarom maar een taxi naar het stadion te nemen. Een Manchester City-fan, die ook lang op de bus zat te wachten, vroeg of hij de kosten van een taxi mocht delen. Uiteindelijk bleek het een hele gezellige man. Die vertelde dat hij dertig jaar geleden nog in Rotterdam had gewerkt.

Het mooie van toen wij dichterbij het stadion kwamen was dat wij Swansea City- en Manchester City-fans door elkaar zagen lopen naar het stadion. Dat zou je niet voor kunnen stellen in Nederland, waarbij de uitsupporters met hulp van de ME apart het stadion in worden gebracht. Eigenlijk erg jammer dat dit niet kan in Nederland.

Versie 2

Bij het stadion was er een aparte ingang voor mij. Mijn broers en vader moesten wel door de poortjes. Eenmaal door de poortjes kwamen we in een sfeer dat je in een Amerikaanse honkbalfilm vaak ziet. Je zat ongeveer onder het voetbalveld en kon daar nog je snacks of souvenirs aanschaffen. We moesten opschieten, want de wedstrijd begon bijna. We gingen naar de lift die ons naar boven bij het veld zou brengen. Als ik het vergelijk met de liften in de Arena was het opvallend dat het een liftje was voor één rolstoel. In Amsterdam klagen wij al dat onze liften maar drie rolstelen mee kan nemen. Nu moet wel gezegd worden dat de Arena in totaal maar vier liften heeft. Twee aan de noordkant en twee aan de zuidkant. Er waren  volgens mij veel meer van dit soort kleine liftjes in het Liberty Stadium. Ik moet zeggen dat we relatief snel boven waren, terwijl het in de Arena soms wel een half uur kan duren voordat je boven of beneden bent.

Toen we boven waren zagen we dat de rolstoelplekken redelijk dicht bij het veld waren. Sinds 2002 kun je in de Arena ook achter het doel zitten. Als trouwe seizoenkaarthouder werd toen mij de mogelijkheid geboden om daar te gaan zitten. Ik had daar geen interesse in. In De Meer heb ik ooit dicht bij het veld gezeten en kwam ik tot de ontdekking dat het wel leuk is dat je de spelers bijna kan aanraken, maar een overzicht over het veld heb je niet meer. Omdat de rolstoelplekken in het Liberty Stadium toch iets verder van het veld staat is het overzicht er nog wel. Je kon het spel juist heel goed overzien.

En wat was er veel goed te overzien. Wat wil je ook als je naar een competitiewedstrijd gaat van de grootste competitie ter wereld. Hier gaan echt miljarden per jaar in om. Manchester City heeft echt heel veel geld te besteden. Je zag dit ook werkelijk terug in het spel. Yaya Touré en Sergio Agüero waren zo magnifiek. Je zag echt dat Yaya Touré ontzettend belangrijk is voor Manchester City. Hij was echt de leider op het veld. Hij gaf echt de instructies en bepaalde de lijnen. Al was Swansea City echt niet veel slechter, je zag duidelijk dat Manchester City beter was. Het was zo’n hoog tempo. In Nederland zou dit echt onvoorstelbaar zijn. Het aparte was echt zo dat Swansea City ook echt goed was. Gylfi Sigurdsson en Bafetimbi Gomis waren ook zo belangrijk voor Swansea City. Wat een beer fan een vent is die Gomis. Bony zullen ze echt niet meer missen. Toen Bony aan het einde van de wedstrijd nog wat speelminuten kreeg van Manchester City was het toch opvallend dat hij niet uitgefloten werd door het Swansea-publiek, maar applaus kreeg. Alleen toen hij nog een kans miste reageerden het publiek daar natuurlijk wel op. Uiteindelijk won Machester City met 2-4. Het publiek accepteerden de uitslag, want Swansea City had wel mooi spel laten zien.

Het ging er extreem vriendelijk aan toe. Ook toen we het stadion weer verlieten. Het stadion uitkomen ging vrij snel, maar daarna wachten op een bus die ons weer naar het hotel kon brengen duurde langer. De bussen zaten namelijk extreem vol. Uiteindelijk was er een vriendelijke chauffeur met Indische afkomst die beloofde wanneer hij de mensen die hij nu in zijn taxi had had afgezet weer terug te komen. En hij hield aan zijn woord. Hij werd nog wel aangesproken door de politie omdat hij ons oppikte op een plek waar alleen bussen mochten komen. Maar de politie streek over zijn hart.

IMG_1676

Toen we eenmaal aankwamen in ons hotel maakten we ons klaar voor onze laatste avond van onze trip. Morgen zouden weer terugvliegen naar Amsterdam. We gingen onze laatste avond besteden in een pub kijkend naar de wedstrijd van Manchester United. De sfeer in een pub in Engeland is geweldig. Zoals het in pubs of cafés in Amerika echt om het honkbal kan draaien draait het hier echt om het voetbal. Engelsen of Welshmen zijn ook ontzettend vriendelijk. Iedereen praat met iedereen en iedereen mag zijn mening verkondigen over de wedstrijd. Zo kwamen we aan de praat met een Engelsman, die wel in Swansea woonde. Hij was ook voor Swansea City, maar voornamelijk voor Manchester United. Toen hij er achter kwam dat wij Nederlanders waren kon hij niet stoppen met praten over Van Gaal en Van Persie. Maar voornamelijk over Van Gaal. Hij verkondigde wat de Engelsen over Van Gaal dachten. Ze hadden toch meer respect voor hem dan ik dacht met al die toch vreemde uitspraken die Van Gaal doet in de Engelse media. Maar volgens mij dikken programma’s als Voetbal International/Voetbal Inside het ook een beetje aan. Naar mijn mening overdrijven ze het ook echt in dit programma. Van Gaal blijft voor mij altijd een held na wat hij gedaan heeft bij Ajax in 1995. Na de wedstrijd, die Machester United maar net won, gingen wat eten in de pub. Na het eten besloten we toch weer terug te gaan naar ons hotel. Het was toch een indrukwekkende dag.

De volgende dag stond onze trouwe Jazz klaar om ons naar Bristol te brengen waar we weer een vlucht naar Amsterdam hadden. Het liep vrij soepel allemaal. Natuurlijk duurde het weer wat langer door het inchecken met een rolstoel, maar dat was ingecalculeerd. Aan het eind van de middag waren we weer in Amsterdam. Het waren maar vijf dagen, maar het heeft bij mij veel indruk gemaakt.

Het was mooi om een andere voetbalcultuur te leren kennen. In Engeland draait het toch meer om voetbal. Ze praten en kijken er in de pubs graag naar. Ze discussiëren meer over voetbal ook al ben je voor een andere club. Ze vechten veel minder met elkaar. Natuurlijk waren er veel hooligans en vechtpartijen twintig jaar geleden, maar door onder andere zwaardere straffen is de hele sfeer veranderd. Nederland zou een voorbeeld moeten nemen aan Engeland. Ook vond ik het mooi om te zien hoe hier met toegankelijkheid omgegaan wordt voor mensen met een beperking. Dat in een pub gewoon een invalide toilet is of dat je een taxi kan aanhouden die ik gewoon kan nemen. Natuurlijk is Amsterdam op de goede weg met de bussen, trams en metro die toegankelijk zijn. Maar er kan nog veel verbeterd worden. Daarnaast ben ik ook een beetje een Swansea City-fan geworden. Wat een fantastische start dit seizoen. Come on, Swansea!

Op een toegankelijk 2015!

13191733415_5c68050798_z

Al iets meer dan een half jaar zoek ik mijn weg naar Sloterdijk voor mijn werk. Toen ik net bij Telfort begon schreef ik al een stukje over de obstakels tijdens het reizen naar mijn werk met het openbaar vervoer. Dit is onder ogen gekomen bij Laura Steur accountmanager bij het GVB. Zij hebben mij uitgenodigd om te spreken over deze obstakels. Dit is natuurlijk een hele mooie gelegenheid om de knelpunten tijdens het reizen met een beperking kenbaar te maken aan het vervoersbedrijf. Aan het einde van november was dan ook werkelijk het gesprek met Laura Steur en Inge Vermeulen, directeur Operatie.

Op deze woensdagmiddag vertrok ik eerder van mijn werk om de weg te vinden naar de Arlandaweg. Het grappige is dat ik, bij vertrekken uit het KPN-gebouw, meteen de goede kant op reed. Toch ik zag nergens het naambordje. Daardoor kwam ik iets verder op terecht bij Station Sloterdijk. Daar wat rondgehangen en zoekend kwam ik er uiteindelijk weer. Het was heel vreemd dat ik er voorbij reed, want GVB stond groot op de gevel. Daar aangekomen dacht ik dat ik een pijl zag dat de ingang voor mindervaliden aan de achterkant was. Maar de portier rende al achter mij aan en ik kon wel gewoon via de voorkant erin. Door dit gedoe was ik al een beetje laat. De assistente van Inge Vermeulen leiden mij naar de kamer waar ik het gesprek zou hebben.

Ik kreeg het gevoel dat het beetje later komen niet zo erg was. Na dat koffie werd aangeboden en een lekkere koek gingen we van start. Ik vertelde over mijn ervaring van afgelopen zomer. Dat het voor de buschauffeurs niet duidelijk is of ik met mijn elektrische rolstoel de bus mag nemen. Dat de buschauffeurs, die rijden in oudere bussen, niet weten dat of hoe ze de plank uit moeten leggen. En zelfs het verhaal dat een chauffeur mij erop wees dat ervoor mensen zoals ik er gewoon rolstoeltaxi’s zijn. Ook vertelde ik over eerdere ervaringen met de tram. Dit ging meestal wel goed. Maar ik heb ook gehad dat er gevraagd werd of ik natte of droge accu’s had. Rolstoelen met natte accu’s mogen namelijk niet mee met de tram. Of ik werd geweigerd omdat ze er al vanuit gingen dat mijn rolstoel natte accu’s heeft. Maar rolstoelen met natte accu’s worden al zo’n twintig jaar niet meer gemaakt. Daarnaast vertelde ik dat ik vrienden heb die sowieso niet met de tram durven, omdat ze bang zijn dat ze er niet meer uitkomen. Daar schrokken Inge en Laura wel van. Ze bevestigden namelijk dat het openbaar vervoer van het GVB voor iedereen toegankelijk moet zijn.

Daarna ging ik op pad met Inge om te laten zien welke obstakels ik tegen kom tijdens het reizen. We namen de bus die ik van de zomer ook nam toen de metro maar tot Station Zuid reed. Je zal dan net zien dat deze keer alles wel goed liep. Het was een oude bus waarbij de plank met de hand opengeklapt moet worden. De buschauffeur was vriendelijk en hielp mij goed. We namen de bus tot het Azartplein, redelijk vlakbij mijn huis. Daar namen we nog een stukje de tram om te laten zien hoe dat gaat. Terwijl dat meestal goed gaat werd ik hier juist geweigerd. De conducteur dacht dat mijn rolstoel een scootmobiel was. Toen ik wilde uitleggen dat ik in een elektrische rolstoel zat en niet in een scootmobiel kwam Inge al tussenbeide.

Dit is namelijk ook waar het GVB het meeste aan kan veranderen. De buschauffeurs, conducteurs en trambestuurders bewust maken van de regels. Op het Azartplein zag Inge namelijk ook de tramhalte die de andere kant op ging. Deze had een te smalle stoep om werkelijk op te komen met je rolstoel en de abri stond ook nog eens in de weg. Deze halte was dus totaal niet geschikt om te op te stappen met een rolstoel. Maar de gemeente is weer verantwoordelijk voor de toegankelijkheid van de tram- en bushaltes.

Uiteindelijk is het hartstikke mooi dat ik op gesprek mocht komen bij Inge Vermeulen en Laura Steur. Zij benadrukken dat het GVB toegankelijk moet zijn voor iedereen. Het is daarom goed dat buschauffeurs en trambestuurders bewuster worden van wie wel en niet mee mogen met bus of tram. Nu moet de gemeente nog het GVB helpen en de tram- en bushaltes toegankelijk te maken. Zeker als straks Agenda 22 wordt geratificeerd. We zullen zien wat de toekomst brengt. Voor nu een gelukkig en toegankelijk 2015!