De stad waar alles kan

De feestmaand is net begonnen. En voor mij zal het echt een feestmaand worden. Na drie maanden werkloos te zijn geweest heb ik weer een baan. Het meest ideale is dat ik iets meer dan twee kilometer woon van mijn werkplek. Ik zal elke dag reizen naar de Weesperstraat. Daar ga ik werken voor het communicatiebureau van de gemeente als webredacteur voor de pagina’s van de stadsdelen.

Reizen is omslachtig voor mij
Het afgelopen jaar had ik banen in respectievelijk Zeist en Heemstede. Alhoewel Heemstede niet zo ontzettend ver van Amsterdam ligt was het wel omslachtig om er te komen. De vorige jaren had ik met Philips en Telfort ontzettend veel geluk dat ik woonde en werkte in de zelfde stad. En dat wilde ik ook weer het liefst na mijn ervaringen van werken in Zeist en Heemstede. En nu mag ik dan weer wonen en werken in deze prachtige stad. Ik ga zelfs voor de stad werken.

Grote stad is één grote ontdekking
Ik krijg bij Amsterdam altijd het gevoel als de series en films die zich afspelen in New York. Je woont en leeft in één stad. Iets anders ken je niet. Je zoekt je weg via het openbaar vervoer zoals de metro. Ik kijk tijdens dat reizen ongelofelijk veel naar andere mensen en vind de verscheidenheid leuk. Alhoewel ik in Heemstede ben opgegroeid voel ik mij steeds meer Amsterdammer. Ik vind het heerlijk om rond te struinen in deze stad en maanden niet over de stadsgrenzen te komen. Misschien is dat een vorm van arrogantie. Maar dan wordt dat maar zo gezien. Ik wil werken en wonen in een stad die bruist.

Leven naast elkaar
In een stad als Amsterdam wonen zoveel mensen dat je heel erg naast elkaar leeft. Zo woon ik vlakbij de Indische Buurt. Hier wonen ongelofelijk veel nationaliteiten en culturen naast elkaar. Toch trek ik meer op met mensen met mijn achtergrond.
Misschien is dat niet erg, maar ik kwam er laatst wel achter dat ik niet eens weet wat er speelt bij mensen met een andere achtergrond. Zo zat ik laatst in een bus met een chauffeur met een islamitische achtergrond. Ik vertelde dat ik naar de doop van mijn nichtjes ging. Hij wist niet wat een doop was. Na dat ik het uitlegde wat het was kwam een heel verhaal over hoe de wereld was ontstaan volgens ‘zijn boek’ de koran. Toen ik vertelde dat ik zelf atheïstisch was begreep hij er al helemaal niets meer van. De hele rit bleef hij mij ervan overtuigen dat wat in ‘zijn boek’ stond het juiste was.

Inleven in een ander
Misschien is het toch goed om elkaar beter te begrijpen. De komende tijd stel ik het doel om mij in te leven in andere mensen. Al is dat heel moeilijk omdat je altijd je eigen mening vormt. Tijdens mijn studie heb ik ook geleerd dat objectiviteit niet bestaat. Zelfs het journaal is niet 100% objectief. Maar je kunt altijd proberen om je in te leven in een ander. Zo wil ik de komende tijd de bijbel en de koran gaan lezen. Al heb ik een versie van Kader Abdolah en weet ik niet helemaal precies of dat het zelfde is. Dit is misschien een goede eerste stap om een ander te begrijpen. Uiteindelijk is de stad van elke Amsterdammer en elke Amsterdammer moet zijn of haar weg vinden op de site van deze prachtige stad.

Geluk maak jezelf

Tijd gaat snel. De twee maanden proefplaatsing bij Isle Utilities zitten er alweer op. Ik heb besloten daar niet verder te gaan. Het was voor mij een uitdaging. Voor het eerst werken bij zo’n klein bedrijf. Doordat het zo’n klein bedrijf was gaf het mij extra verantwoordelijkheid. Ik was de enige met online kennis naast een applicatieontwerper. Dit gaf toch een bepaalde druk. Naast dat ik helemaal geen kennis had van watermanagement of het onderhoud van pijpleidingen. En dan kwam ook nog het reizen naar Heemstede om de hoek kijken.

Reizen naar mijn werk
Eerst ging ik met mijn rolstoel naar Amsterdam Centraal en daarna nam ik de trein naar Hoofddorp. Vervolgens moest ik weer een bus naar Heemstede nemen. Het kostte in totaal anderhalf uur voor een afstand van 30 kilometer. Ik ben zelfs een keer achterover gevallen met mijn rolstoel toen ik de bus wilde nemen.

Jezelf laten zien
Ondanks dat ik gevallen ben met mijn rolstoel weet ik dat ik niet bang moet worden en ik moet de bus blijven nemen. In Nederland moeten er nog zoveel stappen worden genomen om het openbaar vervoer echt toegankelijk te noemen voor mensen met een beperking. Als je ziet dat in steden als Cardiff en Swansea gewoon elk café invalidentoiletten hebben. Dat je gewoon een taxi kan aanhouden die een rolstoel mee kan nemen. Dan moet ik niet bang worden dat ik uit de bus ben gevallen. Je moet in het openbaar laten zien dat je mee wil doen in de maatschappij en gewoon die bus pakken.

Eerste stappen vooruit
Een eerste stap is al dat vervoersbedrijf RMC de taxi’s die in Groot-Brittannië gebruikt worden willen inzetten in het Aanvullend Openbaar Vervoer (AOV) in Amsterdam.
Ik zie dit nog steeds als eerste stap, want je krijgt deze taxi alleen als je een rit besteld. Uiteindelijk zouden deze taxi’s gewoon moeten rondrijden in de stad en zou je deze taxi moeten kunnen aanhouden. Een nadeel zal zijn dat deze taxi’s volledig elektrisch zijn. Dat is natuurlijk goed voor het milieu. Maar daardoor heeft het maar een capaciteit van 112 km. Dat is wel erg weinig voor een gemiddeld taxibedrijf.

Zoektocht gaat verder
Nu is de zoektocht weer begonnen naar een nieuwe uitdaging. Een uitdaging die te bereiken is met het openbaar vervoer. Deze uitdaging wil ik het liefst hebben binnen Amsterdam of omgeving. Het kan wel buiten Amsterdam. Als de werkplek maar vlakbij een bereikbaar station zit. Natuurlijk heb ik eerder in deze blog gezegd dat bus wil blijven, maar dat is dan vooral voor privéreizen. Door mijn ervaring bij Isle Utilities ben ik er achter gekomen dat een combi met trein en bus voor werk te veel is.

Geluk moet je nastreven
Geluk is iets waar ieder mens naar opzoek is. Soms duurt het even voor je dat ware geluk gevonden hebt. Ik wil niet zeggen dat ik dat geluk niet gevonden heb bij eerdere banen als Philips en Telfort. Het duurde misschien maar twee jaar en toen moest ik het weer ergens anders zoeken. Daarnaast ligt het geluk van een mens niet alleen bij zijn of haar werk. Alleen zou het voor mij mooi zijn om een wat langer verblijf te vinden waar ik mijn geluk kan vinden. Dit kost veel energie, maar ik ben ervan overtuigt dat ik dat ga vinden. Ik ben pas aan het begin van mijn zoektocht.

Een baan waar ik hopelijk niet in ga verdrinken

Het is weer zomer. Het lijkt erop dat ik elke zomer rond deze tijd weer een nieuwe uitdaging zoek. Nu ook weer. Aan het einde van deze maand loopt mijn contract af bij PGGM af. Hier heb ik veel geleerd wat ik in mijn rugzakje weer mee kan nemen. Zo heb ik interviews mogen afnemen en artikelen mogen schrijven. Ik heb geleerd hoe je een artikel opbouwt. Toch is het weer tijd voor een nieuwe uitdaging. Je leert namelijk ook wat je niet wilt. Interne communicatie is toch anders dan externe communicatie. Ik voelde mij goed bij Telfort als Content Manager. Het optimaliseren van een website ligt mij, alleen wil ik dit werk in een andere branche doen dan de telecom.

Nieuwe uitdaging
Soms denk je: “Nu komt er even een pauze. Even tot jezelf komen en er achter komen wat je echt wilt.” Dan ligt er toch weer een nieuwe uitdaging om de hoek. Een vriend van mijn zus werkt voor een bedrijf dat Isle Utilities heet. De oorsprong van dit bedrijf ligt in Londen. Hij geeft leiding aan het team wat door de rest van Europa verspreid is. Isle ontwikkelt technologieën om water te managen. Ze willen dat hun website beter geoptimaliseerd wordt.

Back to my roots
In Nederland is Isle gevestigd in Heemstede. Hier heb ik mijn jeugd doorgebracht. Twee straten verder woonde ik. Een hele vreemde gedachten. Heemstede blijft een soort terugkomende houvast in mijn leven. Na dat ik klaar was met mijn middelbare school keerde ik terug en nu op een bepaalde manier weer. Maar met het verschil dat ik nu in Amsterdam blijf wonen. Daar ga ik nooit meer weg. Het is mijn stad geworden.

Zelfstandig reizen
Het zal een uitdaging worden. Waar ik tijdens mijn werk bij PGGM ook achter ben gekomen ben is dat ik graag zelfstandig ben. Zo wil ik ook zelfstandig reizen naar mijn werk. Natuurlijk heeft het UWV mij goed geholpen tijdens mijn werk bij PGGM. Zo kreeg ik reiskostenvergoeding om met mijn auto naar Zeist te reizen. Vanuit De Nieuwe Koetsiers kreeg ik een chauffeur die voor mij reed. Wel een luxe. Ik werd er bij PGGM om geplaagd dat alleen de CEO, Else Bos, dat had. Maar het voelde bij mij wat raar.

Er wordt wat gevraagd
Nu ga ik zelfstandig reizen. Helaas verbouwen ze het station in Haarlem op het moment, waardoor ik geen assistentie kan krijgen daar. Nu reis ik de eerste vier weken via Hoofddorp. Daar neem ik de bus naar het Wipperplein. Redelijk wat stappen om er uiteindelijk te komen. Gelukkig zijn ze bij Isle vrij makkelijk. Ik ga vier dagen per week werken en ze geven mij vrijheid dat ik ook thuis mag werken. Zo hoef ik maar twee dagen per week te reizen naar Heemstede.

Verder ontwikkelen
Zo ontwikkel ik mij in steeds meer verschillende branches. Van de elektronicawereld bij Philips naar de telecomwereld bij Telfort. Van de pensioenen bij PGGM en nu weer watermanagement. Ik word een manusje van alles. Al zou het een keer goed zijn als ik iets langer bij een bedrijf kan werken zodat ik echt kennis krijg van een bepaalde branche. Misschien is die branche wel watermanagement? Wie weet wordt de koning wel een LinkedIn-contact? Maar zoals Forrest Gump het zegt: “Life is like a box of chocolate. You never know what you gonna get.”

Investeren in een waardevolle toekomst!

Na een half jaar werkloos te zijn geweest in de zomer en de herfst heb ik begin deze maand een kans gekregen bij PGGM. PGGM is een grote speler in pensioenen. Mensen die werken in de sector welzijn en zorg zijn vaak aangesloten bij deze uitvoeringsinstantie. Juist dat het om een waardevolle toekomst gaat voor mensen die werken in de zorg sprak mij aan. Zelf ben ik als geen ander afhankelijk van mensen die mij verzorgen. Daarnaast is het een mooi groot bedrijf waar ik veel kan leren. Reizen naar Zeist zag ik daarom als struikelblok die ik moest overwinnen.

Regelen van vervoer
Het was dan ook flink wat regelen om het reizen voor elkaar te krijgen. Maar het UWV was ontzettend behulpzaam. Vanaf 1 december komt er een chauffeur naar mijn huis die mij met mijn auto naar Zeist brengt. Als ik daar ben reist hij met het openbaar vervoer weer naar een andere opdracht of naar huis. Om kwart voor vijf staat de chauffeur weer netjes klaar om mij naar huis te brengen.

Wennen aan reizen
Na ruim vier jaar te hebben gewerkt binnen Amsterdam is het even wennen om met een auto te reizen. Natuurlijk kostte het reizen naar Sloterdijk ook veel tijd wanneer je lijnbus 22 nam via Centraal Station. Het duurde vrij lang om de volgende halte te bereiken door de drukte van toeristen. Maar binnen drie kwartier kon je wel in Sloterdijk komen of weer terug in Oost. Als het druk was kon het een uur duren. Maar reizen naar Zeist is toch wel een ander verhaal. Beide richtingen op is het vaak druk. Er zijn veel mensen die voor hun werk ongeveer dezelfde kant opgaan. Het kan in een uur, maar als je echt pech hebt ben je zo twee uur bezig.

Goed opgevangen
Tot nu toe is het wel de moeite waard. Bij de afdeling Interne Communicatie ben ik goed opgevangen. Tijdens mijn eerste werkdag werd ik gelijk betrokken bij de nieuwe opbouw van de site voor de Human Resources-gedeelte. Dit is het gedeelte waar een werknemer alles kan regelen op gebied van zijn werk. Zoals verlofaanvragen, declaraties, nevenactiviteiten. Dit is erg vergelijkbaar met het bouwen van de User Guided Search bij Telfort. Voor de rest is er ook veel nieuw voor mij. Zo leer ik een goed nieuwsbericht schrijven voor op intranet. En ook ben ik betrokken bij Narrowcasting. De berichten die op televisieschermen te lezen zijn door het hele kantoorgebouw heen.

Blijven leren
Op dit moment is het goed dat ik blijf leren. Dat ik de nieuwe ervaringen in mijn rugzakje stop. Wat voor mogelijkheden ik verder krijg bij PGGM zie ik later. De komende dagen, tussen kerst en Oud en Nieuw, is het erg rustig op mijn afdeling. Ik zal met veel schrijfoefeningen aan de slag gaan. Daarnaast zal ik de tijd gebruiken om PGGM beter te leren kennen. Ik ga bij PGGM investeren in mijzelf. Investeren in een waardevolle toekomst!

Enthousiasme voor handicap

20160719_131319_resized

Nog steeds zit ik te zoeken naar een nieuwe uitdaging. Vorige maand was ik bij een netwerkevent genaamd Groot(s) Amsterdam. Er waren grote organisaties aanwezig zoals ABN AMRO, ING, IBM, PwC en KPMG. Maar er was ook een stoeltje vrij gemaakt voor iemand van CNV Jongeren. Zelf heb ik niet heel veel met vakbonden, maar ik werd aangesproken. Deze Jessy sprak met veel enthousiasme over het project De Realisten.

Het doel van De Realisten Promoteam is dat je na een vijftal trainingen jezelf gaat presenteren bij verschillende bedrijven. Tijdens deze presentatie geef je aan wat het betekent om iemand met een arbeidshandicap aan te nemen. Daarnaast geef je aan wat voor een voorzieningen er zijn vanuit het UWV. Het doel is om de bedrijven die een presentatie gekregen hebben enthousiast te maken en ervoor zorgen dat ze de stap willen zetten om iemand met een arbeidshandicap aan te nemen.

Ik wist niet wat ik van dit project moest verwachten, maar ik gaf aan dat ik mee wilde doen aan de trainingen. Zo ging ik op vrijdag 1 juli naar de eerste training op het Werk en Re-integratie bureau op de Jan van Galenstraat. Tijdens de eerste training was er een voorbeeld van hoe zo’n presentatie eruit moet zien. Een veteraan in het geven van deze presentaties gaf een presentatie aan ons. Voor mij leek deze presentatie een beetje een algemeen verhaal. Later kwam ik er wel achter dat je je eigen twist aan de presentatie kan geven. Het is ook lastig. De presentatie moet je geven in ongeveer 25 minuten. Dus je hebt ook geen tijd voor een uitgebreid verhaal.

De volgende twee training ging over de Elevator Pitch. Een Elevator Pitch is jezelf presenteren in 2 á 3 minuten. Wie je bent, wat je doet en wat je kwaliteiten zijn. Stel je voor je komt je (toekomstige) directeur/CEO tegen in de lift dan moet je dat kunnen vertellen in de periode dat je samen in de lift staat. Tijdens de tweede training moest je deze Elevator Pitch voorbereiden en we kregen adviezen van onze trainers Ilse en Robin. Toen we de derde training kregen moesten we onze Elevator Pitch presenteren aan de groep.

De laatste twee trainingen gingen over wat het betekent om iemand met een arbeidshandicap aan te nemen en wat voor een voordelen dat heeft. Deze presentatie is al gemaakt in een powerpoint door de organisatoren van De Realisten Promoteam. Uiteindelijk bestaat het team uit Amsterdam uit zes personen. Het is de bedoeling dat je met zijn tweeën naar een bedrijf gaat om de presentatie te geven. Tijdens de vierde training werd je aan iemand anders gekoppeld. Tijdens die training bereiden we samen de presentatie voor. Op de vijfde training gaf je samen de presentatie aan de groep. Het liep beter dan verwacht. Tijdens die presentatie kwam ik er ook achter dat je een eigen twist aan je presentie kan geven. Wat jij belangrijker vindt haal je meer naar boven.

Afgelopen dinsdag gaven we presentatie aan een groep medewerkers van het Werk en Re-integratie bureau. Althans Ilse en Robin gaven meer de presentatie. Wij gaven onze eigen Elevator Pitch. Dit was een groot succes. De medewerkers wilde daarnaast ons ook helpen aan een baan.

Nu zijn we klaar als De Realisten Promoteam Amsterdam om een goede presentatie te geven aan bedrijven in en rondom Amsterdam. We gaan ervoor zorgen dat zoveel mogelijk bedrijven uit deze omgeving enthousiast wordt en iemand aan wil nemen met een arbeidshandicap!

Wilt u als bedrijf dat wij bij u komen presenteren? Neem contact op met Robin de Rooij, r.derooij@cnvjongeren.nl of 06 24813467.

Op naar de volgende stap

10776077566_f85981db4d_o

Het is een donderdagavond. Ik rijd net weg van een borrel op mijn werk. Ik neem bus 22 richting de Indische Buurt, naar mijn huis. Het zal de laatste keer zijn dat ik de bus neem terug naar huis voor mijn werk. Na twee jaar Telfort ben ik weer opzoek naar een nieuwe uitdaging. Twee jaar waarin ik veel geleerd heb. Twee jaar waarin ik goede contacten heb gemaakt. Bij een bedrijf waar ik een mooie kans heb gekregen om mij te laten zien.

Twee weken na dat ik begonnen was had ik al een introductiedag in het hoofdkantoor van KPN in Den Haag. Wat mij opviel, toen ik een praatje maakte met andere nieuwe collega’s, was dat er zoveel plaatsen in Nederland zijn waar een vestiging is van KPN. Dat er ook zoveel verschillende functies bestonden die ik niet eens kende. We kregen een kijkje in de keuken in de verschillende bestuurslagen. En de term Net Promotor Score (NPS) hoorde ik voor het eerst. Een term die als rode draad zou lopen door mijn tijd bij Telfort. Net als, wat later bleek, de Customer Effort Score (CES).

Mijn eerste taak was meewerken aan het bouwen van een User Guided Search (UGS). Met de UGS worden bezoekers stap voor stap geleid naar hun antwoord als ze problemen hebben met hun internet, telefonie of televisie. Ik leerde door deze opdracht mijn collega’s goed kennen. We zaten een aantal weken opgesloten in één ruimte om de UGS af te krijgen. Na deze weken stond de UGS live.

Wanneer de UGS live staat betekent het niet dat hij af is. Dit is pas het begin van het werk. De bezoekers van de website moeten de UGS wel kunnen vinden. Zowel via de homepage als via de zoekmachine. Wanneer je op de homepage bent kun je je afvragen of een button of juist een normale link ervoor zorgen gaat dat de bezoekers in de UGS terecht komen. Daarnaast moet je ook de juiste tekst geven in de button of de link. Dit kan zijn “Snel naar je antwoord” of “Vind je antwoord”. Uiteindelijk heeft een A/B test uitgewezen dat een link in de navigatie met de tekst “Snel naar je antwoord” het beste was.

Naast de UGS goed vindbaar maken is het ook belangrijk om te achterhalen hoe goed de artikelen in de UGS bezocht worden. Hoeveel bezoekers heeft een bepaald artikel? Waar klikken de bezoekers op in het artikel? Wat was de vorige pagina die ze bezochten? Hoe vaak gaan ze na het bezichtigen van het artikel naar de contactpagina om contact op te nemen met de klantenservice? De UGS moet er juist voor zorgen dat bezoekers dit niet doen en dat de bezoekers hun antwoord gevonden heeft zonder contact op te nemen met de klantenservice. De percentage van bezoekers die geen contact opneemt met de klantenservice wordt de Non Contact Ratio genoemd (NCR). Deze informatie is terug te vinden via Omniture.

Kortom het optimaliseren van de UGS houdt nooit op. Naast dit alles vraagt Telfort ook aan hun bezoekers of ze feedback willen geven over de website. Naar aanleiding van deze feedback worden ook aanpassingen aangebracht aan de artikelen. Het doel als Content Manager bij Telfort was ervoor te zorgen dat bezoekers eerder hun antwoord vinden op problemen met hun internet, telefonie of televisie online dan dat ze de klantenservice bellen. Dit doel is voor een groot deel bereikt. Dat geeft de prijs van WUA wel aan, wereldwijd marktleider op het gebied van digital benchmarking. Zij vonden Telfort.nl de beste service customer journeys bieden van heel telecomland.

Het is donderdagavond. Ik ben net thuis gekomen van een borrel van mijn werk. Net op tijd voor de plas die ik lang heb opgehouden. Tijdens het plassen besef ik dat ik blij mag zijn met wat ik gedaan heb bij Telfort. Bij Telfort ben ik er achter gekomen dat ik mij verder wil ontwikkelen als Content Manager. Maar ik wil een ander wereld leren kennen dan de telecom. Graag weer voor een grote organisatie. Die houden namelijk van afkortingen. NPS, CES, UGS, NCR. Ik kan het bijna dromen. De toekomst zal het uitwijzen.

Werken begint met toegankelijkheid!

stationsloterdijk

Het is alweer meer dan een maand dat ik nu werk voor Telfort. Via de metrolijnen van Amsterdam vind ik de weg naar Sloterdijk. Het is voor de beveiliging van het KPN-gebouw al een routine geworden om mij bij de lift te helpen. Het gebouw beschikt namelijk wel over een soort traplift naast de reguliere trap om binnen te komen. Het enige aparte is dat deurtjes van de lift niet elektrisch zijn. Dit betekent dat ik hulp nodig heb om binnen te komen.

Toegankelijkheid. Dat is de grootste struikelblok waar ik tegen aanloop als ik ergens stage heb gelopen of nu werk. Maar als dat struikelblok is opgelost voorzie ik meestal geen problemen. En multinationals als Philips en nu KPN (daar valt Telfort onder) hebben toch de beste mogelijkheden om hiervoor een oplossing te bieden. Het kost soms veel tijd (want het gaat bureaucratisch), maar als de oplossing er is dan is die is die ook goed.

Als de beveiliging mij eenmaal geholpen heeft doen ze het poortje voor mij open. Dan neem ik de lift naar de vijfde verdieping waar de afdeling van Telfort zich bevind. Daar bel of app ik naar een collega die weer de deuren voor mij open doet. Het hele gebouw van KPN zit namelijk vol met drangdeuren. Voor mij niet te openen. Eenmaal aangekomen bij mij bureau helpen mijn collega’s mij met het installeren van mijn laptop. Als ik daarna naar het toilet wil moet ik weer begeleid worden door mijn collega’s. Weer een aantal deuren door en daarna de toiletdeur.

Ondanks dat nog niet alles in het gebouw perfect is maak ik mij niet druk dat hier oplossingen voor komen. Iedereen denkt graag mee. En ondanks dat de facilitymanager in het begin geen goed beeld kon schetsen wat hier allemaal bij komt kijken denkt hij nu ook progressief mee. Daarnaast heb ik ook hele leuke collega’s die mij ook graag helpen. Het lijkt dus allemaal goed geregeld. Leuke collega’s, een mooie kans bij een mooi bedrijf en via de metro kom ik gemakkelijk op mijn werkplek.

Dan komt er toch sinds vorige week een kleine kink in de kabel. Het is juli en veel mensen nemen in deze periode vakantie. Reden voor het Gemeentelijk Vervoersbedrijf (GVB) om aan de Noord/Zuidlijn te gaan werken. De lijn dat al veel meer tijd kost om te realiseren en veel te veel geld kost dan gedacht. Hierdoor rijdt lijn 51 de komende drie weken sowieso niet en gaat lijn 50 maar tot Station Zuid. Lijn 50 moet ik sowieso nemen om bij Station Sloterdijk te komen en ook moet ik hem weer nemen met de rit terug. Met de rit terug kom ik dus alleen tot Station Zuid. En vanaf dat station kan ik niet meer overstappen op de juiste lijn. Dit betekent dat ik andere vervoersmiddelen moet nemen om op mijn werk te komen. De meest logisch is dan de bus. Daar kan ik opstappen op de Borneolaan en die bus gaat rechtstreeks naar Station Sloterdijk. “Ideaal.” dacht ik. Misschien nog wel makkelijker dan de metro.

Toen ik dinsdag voor het eerst de bus nam kwam ik al meteen achter het probleem. U raadt het al het woord waar weer wordt over gestruikeld is: toegankelijkheid. Tegenwoordig hebben de nieuwste bussen een elektrisch plankje, zodat mensen met een beperking ook met de bus kunnen reizen. Maar als de chauffeur bij de halte komt zijn ze verbaasd dat ik mee wil. Dan vraag ik of ze het plankje uit willen leggen. Een groot deel van de chauffeurs weet niet eens hoe ze dat plankje uit moeten leggen. Dan moet ik op volgende bussen wachten met een chauffeur die het wel weet. Sommige chauffeurs stellen ook de vraag: “Waarom ga je niet gewoon met een rolstoeltaxi?”

Ik voel mij een stuk vrijer als ik kan reizen met het openbaar vervoer. Ik kan zelf bepalen wanneer ik naar mijn werk wil en weer terug. In het verleden ging ik met rolstoeltaxi’s naar mijn school en mijn stages. Ook al zijn deze taxi’s particulier geregeld voor school en werk. Ze rijden met enige regelmaat niet op tijd. Dit is niet ideaal voor mijn werkgever. Die gewoon wil dat ik op tijd kom. En ook heb ik meegemaakt dat ik anderhalf uur zat te wachten voor een dicht kantoor omdat de rest al weg was.

Ik ben ontzettend blij met de kans die ik nu weer krijg bij Telfort. Het is een mooie functie en ik heb een mooie jong team als collega’s. Ik zal elke dag op mijn werk komen. Maar beste regering, voordat je met allerlei participatiewetgeving komt waarbij uitkering gekort worden zorg er eerst voor dat de toegankelijkheid van vervoer en openbare gebouwen beter wordt. Is de toegankelijkheid niet goed geregeld dan is korten onterecht. Er zijn namelijk mensen met een beperking die graag willen werken, maar dit als een struikelblok zien. Ik laat mij er in ieder geval niet het veld door uitslaan.

Team up!

DSC00020

Als ik ’s ochtends opsta neem ik eerst een douche. Daarna ga ik ontbijten en heb ik eerst een koffie nodig om echt wakker te worden. Ik zet mijn Saeco-machine aan, drink mijn koffie en eet een broodje. Ondertussen galmen er geluiden uit mijn docking station. Daarna gebruik ik mijn elektrische tandenborstel om mijn tanden te poetsen en scheer ik mij met mijn scheerapparaat. Meteen al vier apparaten van Philips die ik gebruik in het eerste uur dat ik wakker ben op een dag.

Na twee jaar te hebben gewerkt bij Philips is Philips ook belangrijk geworden in mijn privéleven. Nu ga ik Philips verlaten en moet ik een andere uitdaging zoeken. Het waren twee geweldige jaren waarin ik veel geleerd heb, leuke contacten aan heb over gehouden en ik heb waardering gekregen voor het merk ‘Philips’. Zonder echt reclame te maken maar: “Philips maakt echt prachtige producten”. Daarom sluit ik ook niet uit dat ik ooit terugkeer bij Philips. Je weet nooit wat de toekomst brengt.

De eerste keer dat ik de trip maakte naar het Breitner Center was voor het sollicitatiegesprek. Ik wist toen nog niet de snelste weg naar het gebouw. Ik ging via de Sarphatistraat en zou daarna de Wibautstraat nemen richting het Amstel Station.  Maar bij de Albert Heijn op de Sarphatistraat hield mijn rolstoel ermee op. Uiteindelijk had iemand mij de Albert Heijn ingeduwd en daar heb ik wel twee uur staan wachten op een reparateur.  Ik dacht: “Nou, lekkere eerste indruk. Ik zal wel verder moeten zoeken.” Maar toch mocht ik op een tweede gesprek komen. Later bleek dat Dennis, mijn latere baas, het juist wel een grappige situatie vond.

Net als andere werknemers moet je de eerste paar maanden de weg vinden binnen het bedrijf. Allerlei onzekerheden komen op in je gedachten “Ben ik wel geschikt voor deze functie?” Wat wordt er van mij verwacht?” Kan ik deze verwachtingen wel waar maken?” En een vraag die speciaal voor mij geldt: “Accepteren ze mij wel in een rolstoel?”

Al deze vragen zijn legitiem. Maar als inderdaad blijkt dat je collega’s je accepteren zoals je bent en dat ze niet kijken naar je handicap maar naar wat je kan dan geeft dat veel vertrouwen. En door deze vertrouwen kan je de andere vragen ook positief beantwoorden. Door dit vertrouwen liet ik echt zien wat ik kan en daardoor kreeg ik de loop van de tijd ook steeds meer verantwoordelijkheden.

Hierdoor heb ik echt ontzettend veel geleerd en dat besef je tijdens het werken niet echt. Elke taak voer je uit alsof het de normaalste zaak is van de wereld. Zo moest ik, de personen die de taak van de promoties (kortingen op de sites) maken gaan overnemen, het programma ATG uitleggen.  Het bleek dat dingen die mij eenvoudig leken voor de gene aan wie ik het uitlegde het niet zo eenvoudig bleek te zijn. Toen besefte ik pas dat ik twee jaar geleden ook zo begonnen was en wat ik dus allemaal geleerd heb. Op het laatst zag ik deze taak als een soort routine klus.

Dit besef geeft mij vertrouwen dat er ook echt een mooie nieuwe uitdaging ergens op mij ligt te wachten. Misschien duurt het een paar maanden, maar hij komt er. Daarom wil ik iedereen bij Philips erg graag bedanken voor de twee jaar werkervaring. Hierdoor heb ik dit besef gekregen en heb ik deze vertrouwen opgebouwd. Dennis vroeg na twee maanden werken een keer aan mij: “Heb je al blauw bloed?” Ik begreep zijn vraag niet en antwoorden: “Ik ben niet zo koningsgezind.” Maar nu begrijp ik wat hij bedoelde en kan ik volop zeggen: “Ik heb blauw bloed en dat gaat nooit meer weg!” 

Nieuw jaar, nieuwe uitdagingen!

IMG_0660

Hierbij wil ik iedereen een gelukkig nieuwjaar wensen.  Voor mij is een nieuwjaar altijd weer een nieuw begin. Je gaat overdenken wat je het afgelopen jaar gedaan hebt gedaan en of je bereikt hebt wat je wilde bereiken.  Maar vooral ga je overdenken wat je komende jaar wilt bereiken.  En ondanks dat je dit allemaal doet, loopt een jaar altijd anders dan je had verwacht. Zo had ik aan het begin van vorig jaar niet verwacht dat mijn contract bij Philips verlengd zou worden en had ik niet verwacht dat ik op dit moment nog bij Philips zou werken. Voor 2014 moet ik wel weer een nieuwe uitdaging zoeken, maar uiteindelijk is het toch moeilijk om te voorspellen wat er werkelijk komt.

Dit begon eigenlijk al toen ik in 2003 aan mijn studie Media, Informatie en Communicatie aan de Hogeschool van Amsterdam begon. Ik dacht dat ik archivaris wilde worden, maar na een stage twee jaar later ben ik er achter gekomen dat ik daar niet gelukkig van zou worden. Toen ik in 2009 mijn studie had afgerond schreef ik mij in bij Valid People in, een vacaturebank voor hogeropgeleide gehandicapten. Een vraag die zij toen aan mij stelden was: waar zie je jezelf over vijf jaar? Dat vond ik toen een hele moeilijke vraag. Nu is dit bijna vijf jaar geleden en ik ben er achter gekomen dat het terecht is dat ik het een moeilijke vraag vond. Want je kunt je carrière plannen wat je wil je weet toch nooit hoe alles gaat lopen.

Zo was in 2009 de crises net begonnen. Nu weten we dat dit voor net beginnende werknemers op de arbeidsmarkt betekent dat je begint met tijdelijke contracten en na twee keer verlengen kijkt de werkgever soms liever naar mensen die ze weer een tijdelijk contract kunnen geven. Dit maakt het voor mij moeilijk voorspellingen te doen over vijf jaar. Een voordeel is wel dat het makkelijker is om nieuwe uitdagingen aan te gaan.

Een ander punt is dat je ook niet kan voorspellen hoe technologieën in vijf jaar zich ontwikkelen. Ik werk nu in de Online Verkoop en dat wil ik graag blijven doen de komende jaren. Maar de standaard website waar je online kan kopen bestaat waarschijnlijk over vijf jaar niet meer en zeker niet over tien jaar. Over vijf jaar is het waarschijnlijk meer met apps en wie weet hoe het er over tien jaar uit ziet? Dit betekent dat ik mij steeds moet ontwikkelen in mijn carrière en dat ik steeds weer nieuwe uitdagingen moet zoeken. Het zal nooit meer zijn zoals vroeger, dat je veertig jaar bij dezelfde werkgever blijft.

 Is dit allemaal erg? Nee, helemaal niet. Dit is alleen maar leuk. Doordat we op verschillende plekken gaan werken en misschien ook vaak in verschillende branches ga je je breder ontwikkelen waardoor je ook een grotere kennis krijgt. Ik verheug mij nu al op de rest van mijn carrière wat één groot avontuur zal worden. Daarom doe ik niet aan goede voornemens of voorspellingen. Nou misschien een paar voorspellingen die ik niet zelf in de hand heb. Ajax wordt weer kampioen! Nederland zal geen wereldkampioen worden en 2014 zal ook wel weer over gaan in 2015.

Congres voor hoop

evaluon

Alweer anderhalf jaar. Dat is hoe lang ik alweer werk voor Philips. Tijd is een raar fenomeen. Volgens mij kwam Einstein ervoor het eerst mee dat tijd eigenlijk niet bestaat. Je kunt het niet voelen, niet ruiken of proeven. Het is niet waarneembaar. Maar toch is het lastig om het niet te gebruiken. En voor mij is het misschien nu tastbaarder geworden omdat ik nu anderhalf jaar werkervaring erbij heb. En ik heb in deze anderhalf jaar echt het gevoel dat ik zoveel geleerd heb. Dat maakt het tastbaar. En aan de andere kant ging die anderhalf jaar zo ontzettend snel.

Het gevoel dat ik de al iets ervarenere werknemer ben kreeg in aan het begin van deze maand toen ik voor de tweede keer, samen met mijn collega Nora, de bus nam naar het Evaluon voor mijn tweede WGP-congres ging. Een WGP-congres is ervoor de mensen die Werkgelegenheidscontract hebben bij meestal een multinational. Dit zijn mensen die moeilijk aan een baan komen, of doordat ze langdurig werkloos zijn geweest of omdat ze een arbeidshandicap hebben. Het is heel bijzonder dat ik voor de tweede keer aanwezig was op dit congres. Normaal gesproken mag je maar één jaar een WGP-contract hebben. In mijn geval was het contract van mij een half jaar geleden verlengt en onlangs weer voor een half jaar. Hierdoor maak ik voor de tweede keer een WGP-congres mee.

Het grappige is dat je doordat je voor de tweede keer op dit congres bent het gaat vergelijken met vorig jaar.  Het opvallende was dat er nu voornamelijk mensen waren die werkte voor Philips. Dat was vorig jaar ook de grootste groep, want dit congres wordt georganiseerd door Philips, maar vorige jaar waren er ook werknemers van andere bedrijven, zoals ABN AMRO. Maar dat hoefde de pret niet te bederven. Er stonden namelijk genoeg goede sprekers op het programma.

Na de openingsspeech van Frank Visser, manager Werkgelegenheidsplan, was het woord aan Hans de Jong, directievoorzitter Philips Benelux. Alhoewel hij ook een korte openingsspeech had vond ik dat hij mooie woorden had over waar Philips voor wil staan. Zo wil Philips mooie duurzame producten maken. Zo voorspelt hij dat in 2020 75% van de verlichting in de wereld uit LED-verlichting bestaat en daar zal Philips een groot aandeel in hebben. Daarna sprak René Boender, trendwatcher. Dit was een positieve spreker die zijn publiek weet op te zwepen. Iedereen wil na deze dag zijn zakelijk geluk najagen. Na dat iemand van het Centraal Planbureau aangaf met cijfers hoe goed het Werkgelegenheidsplan is was het pauze.

Wat de meeste indruk bij mij maakte kwam na de pauze. Er was aandacht voor regisseur Mari Sanders. Mari Sanders is net als ik ben rolstoelgebonden. Net als ik is hij spastisch. Het enige verschil is dat hij in een duwstoel zit en ik mij in een elektrische rolstoel voort beweeg. Mari wilde al vanaf zijn middelbare schooltijd regisseur worden. De korte film die van hem getoond werd was zijn afstudeeropdracht. Het ging over een jongen die rolstoelgebonden was en er altijd van had gedroomd om zijn liefde in Parijs te vinden. Parijs, de romantische stad bij uitstek. Toen hij eenmaal besloot naar Parijs te gaan bleek het allemaal één grote teleurstelling. Parijs was namelijk niet zo rolstoelvriendelijk als gedacht. De vele trappen die de stad rijk was en lantaarnpalen midden op de stoep waren grote obstakels. Dan kwam hij ook nog is bij zijn hotel aan. De hoteleigenaar, die zo gegarandeerd had dat hij een lift had, sprak de waarheid maar de lift begon pas op de eerste verdieping.

Het mooie van dit verhaal is dat ik mij hier zo goed in kan verplaatsen. Ook ik heb ervaringen van steden die niet zo rolstoelvriendelijk bleken te zijn. Alleen heb ik niet deze ervaring met Parijs. Ik ben denk ik nu al een stuk of vijf, zes keer in Parijs geweest. Natuurlijk is het niet de meest rolstoelvriendelijke stad, maar er zijn genoeg plekken die wel rolstoeltoegankelijk zijn. En als je vooraf goed opzoek gaat kun je een goed rolstoelvriendelijk hotel vinden. Maar toch ken ik de ervaring die Mari schetst alleen niet in Parijs. Zo heb ik slechte ervaring met de stad St. Petersburg. Daar hebben we inderdaad meegemaakt dat de lift veel te klein bleek te zijn in het hotel. Straten hadden alleen maar hoge stoepen en aan heel veel straten werd nog gewerkt of ze lieten het zo verpauperd. Maar ik was niet alleen, met hulp van mijn (schoon)broers werd het een hele mooie week in St. Petersburg.

De laatste spreker was een bergbeklimmer. Het was een mooi verhaal met als uiteindelijke rode draad als je wilt kan je alles bereiken wat je wilt.  Iets wat WGP’ers natuurlijk aanspreekt. Zoals veel congressen liep dit congres ook uit. Hierdoor had ik niet zoveel tijd meer voor de borrel. Mijn jas werd aangetrokken en pas toen kreeg ik commentaar op mijn sjaal.  Ik moest namelijk op tijd in Amsterdam zijn om onze jongens in de Arena aan te moedigen.