Trip van mijn leven

Het is maandagochtend. Normaal gesproken maak ik mij klaar voor een nieuwe werkdag, maar vandaag staat er iets anders op het programma. Vandaag vlieg ik naar Madrid. Een droom wordt werkelijkheid. Ik ga onze jongens aanmoedigen in een Europese uitwedstrijd. Vliegen is voor mij niet iets wat ik dagelijks doe. Ik maak mij ook weken voordat ik ga vliegen druk of alles goed gaat. Ik moet toch mijn rolstoel meenemen. Maar ik had alles goed van te voren geregeld, Misschien maak ik mij ook veel te druk?

Op weg

Rond 9 uur was mijn moeder bij mij. Ik was nog niet helemaal klaar met aankleden, maar wel bijna. Mijn moeder zorgde ervoor dat de laatste dingetjes in mijn koffer zaten. Nog snel even tanden poetsen en dan snel weg. Rond half 10 zat ik in de auto naar Schiphol. Ik moest rond 11 uur bij de incheckbalie zijn dus we waren wel op tijd. Al was er wel een file naar Schiphol, dus het was wel verstandig vroeg te vertrekken. We waren nog voor elven op Schiphol. We stonden bij de juiste incheckbalie en terminal. De grondstewardess was al bezig om labels te maken voor mijn rolstoel en toen kwam Philip er ook aan.

Rolstoel tot de gate

Samen met grondstewardess gingen we naar de assistentie voor mensen in een rolstoel. Eerst ging ik even naar de toilet. Toen we terugkwamen gaf de assistentie aan dat ze geen transfer zouden maken naar een stoel waar ik onderuit zou zakken. Er moest een schaarwagen komen zodat ik tot de gate in mijn eigen rolstoel kon blijven zitten. Na heel wat overleg is dat ook wat er gebeurde. Doordat onze vlucht echt wat vertraging had was de schaarwagen er ook op tijd. Uiteindelijk vertrokken we een uur later dan de oorspronkelijke vertrektijd. Het vliegtuig zat vol met Ajax-supporters die ook naar de wedstrijd gingen. Een goede reden om door het vliegtuig de Ajax Marsch te laten horen. Zo komen we lekker in de stemming. Toen we uiteindelijk vlogen ging de vlucht ook snel. Een beetje een boekje lezen: Ik, Zlatan. Lekker over voetbal lezen om nog meer in de stemming te komen. En natuurlijk de voorpret met Philip door al over de wedstrijd van morgen te praten.

Taxi naar hotel

Rond kwart voor 5 landen we in Madrid. We zijn weer de laatste die uit het vliegtuig gaan. Door Spanjaarden die geen woord Engels konden spreken werd ik uiteindelijk uit het vliegtuig getild. Toch eerst een transfer naar een andere duwstoel. Bij de rolband van de ruimbagage was ook mijn elektrische rolstoel. Later bleek dat mijn ruimbagage nog in Amsterdam was. Maar hij was al meegenomen met de volgende vlucht naar Madrid. Bij het vliegveld zouden ze ervoor zorgen dat mijn koffer bij het hotel gebracht zou worden. Wij moesten nu een taxi naar ons hotel. De taxibedrijf dat ik kon bellen bleek toch niet (zo snel) een rolstoeltaxi te hebben. Daarnaast sprak ook niemand Engels. Gelukkig werden wij geholpen door de mensen bij het vliegveld. Eerst zouden we dan maar de bus nemen naar ons hotel, maar de vrouw bij het toeristenwinkeltje ging toch maar bellen voor een rolstoeltaxi. Het zelfde taxibedrijf bleek ons nu toch te kunnen brengen naar ons hotel.

Even bijkomen

Eenmaal in ons hotel legden we onze spullen in onze kamer. Het was een goed aangepast kamer. Het had een douchestoel aan de muur in de badkamer en die kon je verschuiven langs de muur. Na het bezichtigen van onze kamer namen we een welverdiende drankje aan de bar van ons hotel. Heel even bijkomen van onze vlucht. Daarna gingen we rustig kijken waar we konden eten. We gingen op stap. Een paar straten van ons hotel was een winkelcentrum. In Nederland zou je verwachten dat een winkelcentrum gesloten was. Maar in Madrid waren ze nog open omdat ze hier ook nog vol zitten met restaurants.

Eten op zijn Spaans

Uiteindelijk vonden we een restaurant, waar ik naar mij gevoel ook naar Spanje voor kwam, waar je tapas kon krijgen. In Spanje heerst een heel ander eetcultuur. Eten in Spanje is iets wat je samen doet. Daarom is tapas waarschijnlijk uitgevonden door Spanjaarden. Kleine hapjes eten samen met vrienden verdeeld over de hele avond. Wij Nederlanders willen graag eten om standaar 6 uur ’s avonds en we schrokken het binnen maximaal een half uurtje naar binnen. We hadden ook geen tijd om er de hele avond over te doen, want 11 uur was mijn verzorger bij mijn hotel om mij in bed te leggen. En morgen was het matchday en moesten we er ook niet al te laat uit. We namen eerst twee tapas gerechten. Eén hele lekere Spaanse ham, iberico-ham. Na de twee tapas namen we toch een vast gerecht. Ik een entrecote en Philip een hamburger met de iberico-ham. Die ham moet ik onthouden.

Vriendelijke verzorger

Daarna moesten we echt weer naar ons hotel. Tien voor 11 waren we bij ons hotel. Bruno, mijn verzorger voor de komende dagen was er al. Bruno is een vriendelijke man. Het was duidelijk dat we even aan elkaar moesten wennen. Uiteindelijk had hij mij vrij snel in bed. Bruno wilde toch nog even aangeven op een kaart wat we volgens hem echt moesten zien van Madrid. Erg vriendelijk maar uiteindelijk waren we hier maar drie dagen waarvan maar één volledige dag. En die dag stond in het teken van voetbal.

Moeizaam opstaan

De volgende ochtend kwam Bruno toch een uur eerder dan afgesproken. Het ontbijt was namelijk tot half 11. Dat wil zeggen je moest voor half 11 in de ontbijtzaal zijn. Het was maar goed dat Bruno er eerder was, want het bleek zo te zijn dat de tillift niet onder het bed kon komen. Uiteindelijk lukt het met veel moeite om mij onder de douche te krijgen. Het aankleden daarna duurde ook al langer en uiteindelijk waren we na half 11 klaar. We gaven aan dat we later zouden zijn en gelukkig maakte het hotel een uitzondering voor ons. Het waren vriendelijke mensen van het hotel. Bij de receptie zouden ze ook een taxi terug regelen naar het vliegveld voor morgenochtend.

Waar we voor kwamen

Toen was het echt tijd om naar de plek te gaan waarvoor we kwamen. Rond 12 uur vertrokken we naar Estadio Santiago Bernabéu. Het was iets langer dan een half uur lopen. Toen wij in de buurt kwamen van het stadion zagen we nog meer Ajax-fans. Het winkelcentrum waar we de kaarten moesten ophalen was daardoor makkelijk te vinden. Nu nog een juiste ingang voor de rolstoel. Er waren stewards meegekomen om te helpen. Uiteindelijk waren we in het afgelegen zaaltje waar we de kaarten moesten ophalen. Er was een rij, maar met mijn rolstoel mocht ik er vrij snel doorheen. Nu hadden wat we vanavond echt nodig hadden: de kaarten!

Voorpret rondom het stadion

Wat gingen we nu doen? Het was nog 8 uur voor de wedstrijd. We konden misschien met de metro toch naar het centrum? We wisten niet precies hoe we het snelst daar kwamen. En door de drukte van het centrum was het ook moeilijk om weer terug te komen bij het stadion. We wilden toch 2 uur voor de wedstrijd weer bij het stadion zijn om ook rustig nog wat te eten. We besloten rondom het stadion te blijven.

Estadio Santiagio Bernabéu

Het eerste wat we gingen doen is bekijken wat onze ingang is bij het stadion. Er kunnen ruim 80.000 toeschouwers in het Estadio Santiago Bernabéu. Dat zijn ruim 20.000 toeschouwers meer dan de Johan Cruijff Arena. Toch kent de Bernabéu meer ingangen. Om het hele stadion zijn allemaal luiken gemaakt. Hierdoor kunnen de toeschouwers veel sneller het stadion in en uit. Dit zou vanavond ook blijken.

Onze jongens steunen

Tijd om even de Adidas-shop bij het stadion in te gaan. Zelf had ik de gedachten om een Real Madrid-shirtje aan te schaffen. Maar het bleek echt helemaal de officiële shirt en die zijn zelfs 100 euro. Iets te gortig. Daarnaast was ik hier als Ajacied en was Real Madrid onze tegenstander vanavond. Dat moest ik ook tonen. Onze jongens hadden mijn steun nodig vanavond.

Drankjes drinken

We moeste nu de tijd doden. We gingen maar een drankje doen bij het winkelcentrum waar we net onze kaarten hadden opgehaald. Even een een fotootje maken van de kaarten en showen aan onze vrienden en familie. Daarna maar weer even langs de Bernabéu en op de foto bij de hoofdingang. Ook is er bij de Bernabéu het Real Madrid-café. Hier deden we ook een drankje. Al was het daar wel duur. Maar vanuit dat café had je een heel mooi uitzicht over het hele stadion. Misschien ook een idee voor de Johan Cruijff Arena.

Moeilijk om eettentje te vinden

Het liep al tegen zessen. Tijd om een tentje op te zoeken om wat te eten. Eerst vonden we een tentje vlakbij het winkelcentrum. We namen maar eerst een biertje. Nadat we rustig ons biertje dronken en Philip al aan zijn tweede biertje was begonnen vroegen we of wij ook iets konden eten. Wat bleek is dat de keuken pas om half 9 open ging. Ik vertelde al dat Spanjaarden veel later eten dan Nederlanders en het is ook rustig en genieten met elkaar. Maar vanavond hadden we daar geen tijd voor. Er wacht een wedstrijd op ons. Toen vonden we tapasbar vlakbij het stadion. Het was nog rustig maar we konden er wel eten.

Mede-Ajacieden

Toen wij rustig onze eerste twee tapas-gerechten bestelden en daarna zelfs een tweede ronde bestelden werd het drukker in het restaurant en juist drukker met Ajacieden. Het was een grote groep. Ze waren op de Puerta del Sol geweest. Ze lieten zien hoe groot de groep Ajacieden was die daar waren. Er was al een goed sfeertje.Het liep nu tegen achten. We besloten nu naar het stadion te gaan. Bij het stadion zagen we dat de luiken nu open stonden. De supporters konden inderdaad vrij snel naar binnen. Het luik waar wij naar binnen moesten stond ook al open en je was echt sneller binnen dan in de Arena. Je hoefde ook geen lift te nemen. Opvallend was dat ik niet de enige in een rolstoel was die de reis vanuit Nederland heeft genomen. Er waren drie andere Ajacieden in een rolstoel.

Voorbereiding

Vanuit de locatie waar wij zaten kon je het veld goed zien. Al leek het stadion vanuit onze hoek niet zo groot, terwijl er 80.000 toeschouwers in kunnen. De keepers van Ajax warmde zich al op en wij kregen het gevoel dat het nu echt ging beginnen. We maakten meer filmpjes en foto’s dan tijdens de thuiswedstrijden van Ajax. Dat is ook een belevenis dat je de rest van je leven bij zal blijven.

Start wedstrijd

Het clublied van Real Madrid werd afgespeeld en je zag beelden van het grote verleden van Real Madrid. Nu begon dan eindelijk de wedstrijd. Real Madrid begon sterk. Varane had in de eerste minuten een kopbal op de lat. We dachten dit wordt een ongelofelijke moeilijke avond. Ajax had nog geen kans gehad en opeens had Ziyech de kans om 0-1 te maken. Dat gebeurde. Een paar minuten later gaf Tadic een mooie pass aan Neres. Hij ging om de keeper en maakte 0-2. Onvoorstelbaar, we staan 0-2 in Bernabéu. Maar er was pas 20 minuten gespeeld. Real Madrid had nog genoeg tijd om in de wedstrijd te komen.

Geërgerde Real-supporters

De tijd ging voorbij, maar Real Madrid kwam nog niet in de wedstrijd. Het was bijna rust. En de Real Madrid-spelers gingen zich steeds meer ergeren. Ze maakten ook steeds meer overtredingen. Naast ons zat een Real-supporter in een rolstoel. Philip kan redelijk Spaans en vertelde dat ‘onze vriend’ naast ons redelijk kwaad was en alles wat Real deed was verkeerd.

Drankje om bij te komen

Het was rust en Philip ging kijken of hij ergens wat te drinken kon regelen. Hij bleef de hele rust weg. Net als wedstrijden in de Arena zal het wel hartstikke druk zijn bij de tentjes voor wat drinken en eten. Even later kwam hij terug met twee cola’s. Het is een Champions League-wedstrijd, dus er is alleen alcoholvrij bier. Dan is cola lekkerder.

Gemor op tribune

De tweede helft begint. Real zet nu echt druk. Je krijgt het gevoel dat Ajax dit niet vol gaat houden. Maar Onana staat goed zijn mannetje. De tijd verstrijkt en Ajax lijkt het toch een beetje onder controle te krijgen. Je hoort gemor van Real-supporters op de tribune. Dan is er in de 60ste minuut weer een razendsnelle aanval van Ajax. Mazraoui zorgt ervoor dat de bal net niet uitgaat en de bal wordt snel doorgespeeld naar Tadic en die heeft toch een schot, 0-3. Wie dit vooraf gezegd zou hebben verklaarde ik voor gek. 0-3 tegen Real Madrid! Daarna gaan er een aantal minuten voorbij. De scheidsrechter wil echt weten of de bal die Mazraoui net niet uit liet gaan ook werkelijk niet uit was. Het duurt qua gevoel eindeloos. En het wordt onrustig op de tribunes. Maar het verlossende fluitsignaal. De goal wordt goedgekeurd!

Geen geloof meer

Nu heeft Real het erg moeilijk. Ze hebben minder dan een half uur om 3x te scoren. Het gaat tegen de 70ste minuut. Asensio doet iets terug, 1-3. Real-supporters die eigenlijk wilden vertrekken keren toch nog even terug. Maar een paar minuten later is het geloof in een terugkeer in de wedstrijd weer verdwenen. Ajax krijgt een vrije trap en Schöne schiet de vrije trap net in een moeilijke hoek. Maar de bal gaat met een boog over de lange Courtois. Wat een doelpunt, 1-4.. Het is de 75ste minuut maar Real-supporters vertrokken al uit het stadion. Ook onze kwade vriend naast ons.

Thuiswedstrijd Ajax

De laatste tien minuten lijkt wel een thuiswedstrijd voor Ajax. Er is geen Real-supporter meer te vinden. De tijd verstrijkt en de Real-spelers lijken het ook op te geven. Dan klinkt het laatste fluitsignaal. Uit alle hoeken komen Ajacieden. Ongelofelijk, we hebben gewonnen van Real Madrid! Philip en ik gaan uit onze dak. Dit zullen we onze hele leven niet meer vergeten. De spelers gaan helemaal uit hun dak. Er wordt gezongen: “90 minuten lang. Gekkenhuis op de tribune.”

Terug naar ons hotel

Na een kwartier worden we toch door de stewards vriendelijk gevraagd het stadion te verlaten. Ik moet er toch aan wennen dat ik zo buiten ben. In de Arena was ik nog drie kwartier bezig geweest. Wanneer we weer buiten staan is het even oriënteren welke kant we op moeten gaan om terug te keren naar ons hotel. Ik app Bruno om te vertellen dat we van plan zijn weer terug te keren naar ons hotel. Als we de juiste richting gekozen hebben komen we een groep Real-supporters tegen die voor een camera aangeven dat voorzitter Valentino Perez moet opstappen. Ik probeer een lage stoep te vinden om op de weg te komen. Die blijkt daar niet te zijn. Nu moet ik weer helemaal terug rijden.

De terugweg

Tijd om weer dezelfde weg terug te rijden als begin van de middag. Nu in het donker lijkt de weg toch iets ongezelliger. Al maakt de overwinning van Ajax alles goed. Na een tijdje merken we dat we uit het gespuis van supporters wegkomen. We zien geen politie meer. We komen in een buurt waar op verschillende hoeken restaurantjes zijn. Het is half 12 ’s avonds en de restaurantjes zitten nog vol met mensen. Ongelofelijk.

Laatste maal in Spanje

Rond 12 uur waren we bij ons hotel. Bruno zat in de lobby al op ons te wachten. Hij vond het apart dat we vandaag rond de Estadio Santiago Bernabéu zijn gebleven. Maar het was al laat en morgenochtend moesten we er weer 8 uur uit. Toen Bruno ’s morgens terug kwam waren wij nog steeds in euforie. Het ging deze ochtend sneller dan gisteren. En we haalden alles nog uit onze hotelkamer. Bruno wilde mij nog helpen bij het ontbijt. Terwijl zijn tijd er al op zat. Heel erg vriendelijk en hierdoor ging misschien ook het ontbijten sneller. Waarschijnlijk hou ik nog contact met Bruno. Volgend jaar wil hij in ieder geval naar Amsterdam komen.

Snel op luchthaven

Om 10 uur stond er inderdaad een taxi klaar om ons naar de luchthaven Barajas te brengen. Ik kreeg ervaring en ik wist nu hoe ik moest inchecken met een rolstoel. Het ging veel sneller. Onze vlucht terug naar Amsterdam ging om half 2. Om 11 uur waren we al door de douane en hoefden we alleen nog te wachten op onze vlucht. Philip kocht nog goedkoper een geurtje. Ik telefoneerde nog met pappa. Heb volgens mij nog nooit zolang met hem getelefoneerd. Hij was ook helemaal onder de indruk wat er gisteren was gebeurd.

Kuddedieren

De vlucht naar Amsterdam had, net als de vlucht naar Madrid, vertraging. Maar het maakte mij niet. Ik zat daar te wachten met een ontzettend gelukkig gevoel. Toen de passagiers uit het vliegtuig kwamen waar wij even later in zouden gaan bedacht ik wat een kudde mensen vliegen alleen al per dag van Amsterdam naar Madrid. Wat hadden deze mensen toch allemaal voor een doel? Elke dag weer.

Thuis nagenieten

We vlogen terug naar Amsterdam. Ik was weer de laatste die het vliegtuig zou verlaten. Maar het duurde weer een stuk langer omdat er geen schaarwagen klaar stond. Er gingen al passagiers naar binnen omdat dit vliegtuig verder zou vliegen naar Berlijn. Uiteindelijk konden we eruit. Pappa zat al te wachten op mij. We liepen met Philip tot de plek waar hij de trein zou nemen. Ik ging met pappa naar huis.

Een avontuur om nooit te vergeten

Wat avontuur met Philip. Dit zal mijn hele leven bij blijven. Ik voel mij nog meer een Ajacied en een Amsterdammer. Dit heeft ervoor gezorgd dat ik mij nog meer verbonden voel met de stad. Werken voor Amsterdam, wonen in Amsterdam. Eens een Ajacied, altijd een Ajacied. Eens een Amsterdammer, altijd een Amsterdammer.

De Noord / Zuidlijn op de proef

Vanaf 22 juli rijdt eindelijk de Noord / Zuidlijn. Het heeft heel lang geduurd voordat de Noord / Zuidlijn in gebruik genomen kon worden. Toen ik in 2003 begon aan mijn HBO-opleiding was één van mijn eerste vakken Ontsluiting. Het onderwerp wat wij moesten ontsluiten ging over de Noord / Zuidlijn. Hieraan kan je al zien hoe lang het geduurd heeft.

Een toegankelijke lijn

Terwijl iedereen genoten heeft van een heerlijke vakantie afgelopen zomer heb ik de zomer door gewerkt. Ik heb een weekje vrij genomen in september, maar ik ben in de mooiste stad op deze aardbol gebleven. Deze week heb ik gebruikt om de Noord / Zuidlijn als rolstoelgebruiker uit te proberen.

Een Russisch kunstpaar

Het was woensdagochtend rond een uur of elf. Mijn ouders kwamen naar mij toe en namen hun Russische vrienden mee. Dit Russische paar waren kunstenaars uit St. Petersburg. Eerder waren ze bij mijn tante in Domburg. Zowel mijn tante als mijn moeder hebben een kunstachtergrond. Mijn tante heeft haar eigen museum in Domburg en mijn moeder is op latere leeftijd nog afgestudeerd aan de kunstacademie. In Rusland krijgt het paar niet zoveel opdrachten dus zijn ze een redelijk deel van het jaar in Europa. Zowel in Domburg als bij mijn ouders heeft vooral de man veel geschilderd. In ieder geval ging het paar mee naar Amsterdam. Na een koffie gingen zij hun weg.

Op pad met de metro

Mijn ouders en ik namen bij Rietlandpark de tram naar Centraal Station. Daar namen we de lift een flink stuk naar benden om lijn 52 te nemen, de Noord / Zuidlijn. We gingen eerst maar naar Noord. Er zijn tussen Centraal en Noord maar twee metrohaltes, Noorderpark en Noord. Je bent vrij snel in Noord. De raarste gedachten tussen Centraal en Noorderpark is dat je zo diep ’t IJ onder gaat. We stapten uit op Noord. Daar moet nog veel komen. Er staat een winkelcentrum, maar daar zitten nog weinig winkels in. En natuurlijk is daar ook het stadsdeelkantoor van Noord. Ik moet mijn collega’s daar nog steeds bezoeken. Omdat er voor de rest daar (nog) niet zoveel te beleven is namen we metro maar naar Zuid.

De Gordon Gekko’s van Amsterdam

Het mooie is dat je binnen twintig minuten in Zuid bent vanaf Noord. Wat best snel is. In Zuid zitten natuurlijk de zakenmensen van de Zuidas. Het is een doordeweekse dag. Dus iedereen is bezig met hun werk. Dat merk je heel erg bij dit station. De Zuidas is erg gericht op de werkende vrouw en man. De mensen lijken geen aandacht te hebben voor een ander. Het is hier net de Wall Street van Amsterdam. Ik krijg hier altijd het beeld van Gordon Gekko. Juist een plek om goed te kunnen lunchen.

Archeologische vondsten

Metrostation Rokin zou heel bijzonder moeten zijn. Onder de grond was hier namelijk archeologische vondsten gevonden en een deel zijn te bezichtigen in de muren van dit station. Maar het bleek dat de lift naar de Noord / Zuidlijn stuk was, dus we moesten lijn 51 nemen. Toen we eenmaal bij de Weesperplein waren besloten we toch maar naar huis te gaan. Halverwege deze maand heb ik voor de tweede keer de Noord / Zuidlijn genomen. Het was naar het stadsdeelkantoor van Zuid. Deze keer had ik geen problemen met de lift. Het was voor mijn werk, dus ik had geen tijd om station Rokin te bezoeken. Dat wordt nu een goede voornemen voor 2019. Naast het bekijken of alle stations goed toegankelijk zijn. Hierbij wens ik jullie allemaal dan ook een gezond 2019!

Een Super Helden-dag voor super leerlingen

De zon komt een beetje door mijn gordijnen in mijn slaapkamer. Ik word wakker. Ik kijk op mijn telefoon en zie dat het half 8 is. Ik heb nog een half uur voordat ik op mag roepen. Vandaag ga ik niet naar mijn werk, maar ik heb wel een andere activiteit waarvoor ik er 8 uur uit moet. App-berichtjes poppen op mijn telefoon. Mijn zus is jarig en wordt door verschillende familieleden gefeliciteerd. Ik gooi er ook een felicitatie uit. Hierdoor is het toch al snel 8 uur.  De verzorgster helpt mij onder de douche. Terwijl ik douche maakt zij mijn brood klaar. Een luxe die niet veel mensen hebben.

Op naar Aerdenhout
Op het moment dat ik in mijn rolstoel zit word ik gebeld. De taxicentrale. De taxi die ik besteld had om kwart over 9 komt wat later, nu iets over half 10. Ik ga rustig eten en daarna poets ik mijn tanden en doe mijn haar. Wanneer ik daarmee klaar ben krijg ik een berichtje op mijn telefoon. De taxi is bijna gearriveerd. De taxi is toch nog iets later. Net voor tienen zit ik in de taxi. Ik app Wessel dat ik onderweg ben. Rond half 11 ben ik bij Antoniusschool in Aerdenhout.

Glimlach doorgeven
Vandaag ga ik een verhaal vertellen aan de leerlingen van groep 7 en 8 van deze school. Over een kleine maand hebben zij een sportdag. Deze dag zal mede worden georganiseerd door stichting Kieteman. Deze stichting is opgericht door mijn schoonzus en broer. Mijn neefje Kiet heeft een jaar op deze mooie wereld mogen zijn, maar toonde in dat jaar zijn glimlach meer dan menigeen. Deze glimlach willen mijn schoonzus en broer nu doorgeven aan kinderen die het iets moeilijker hebben. Zo organiseert de stichting dagen voor kinderen van vluchtelingen, zodat ze de dingen die ze in eigen land hebben meegemaakt en de moeilijkheden die ze daardoor hier nog ervaren even vergeten. Dat ze een glimlach op hun gezicht krijgen. Daarnaast financiert de stichting een kamp voor kinderen waarbij de ouders niet genoeg geld hebben om hun kinderen een vakantie te bieden. Een ander project is de Parel Parade.

Terug in de tijd
De Parel is mijn oude basisschool in Haarlem. Toen ik nog op deze school zat heette het nog De Regenboog. Het is een mytylschool. Het is een school voor kinderen met een beperking. Het kan zo zijn dat het kind in een rolstoel zit net als ik. Maar het kan ook zo zijn dat slecht ter been zijn. Maar ook een kind met een verstandelijke beperking kan er terecht. Deze kinderen hebben wat extra aandacht nodig. Zo heeft elke klas een assistent die deze aandacht kan geven. Zowel bij het schoolwerk in de klas als assisteren bij naar het toilet gaan. Of het begeleiden naar hun fysiotherapeut of ergotherapeut.

Enthousiaste kinderen
De leerlingen van groep 7 en 8 gaan hun sportdag houden samen met de leerlingen van groep 7 en 8 van De Parel. Samen met Wessel, een vader van een leerling van de school en lid van de ouderraad, maak ik de leerlingen warm voor deze sportdag. Een geslepen filmpje van snowboardster en Paralympics-kampioen Bibian Mentel hielp mee. Ik vertelde de leerlingen over de stichting en De Parel. De leerlingen werden erg enthousiast. Na afloop hadden ze nog vele vragen. Eén van de leukste vragen was wel: ‘Wat zou je doen als je één dag kon lopen?’ Ik moest hier wel even over denken. Eigenlijk wel grappig toen ik jong was heb ik daar zeker over nagedacht. Als kind had ik zelfs de hoop om profvoetballer te worden. Nu weet je dat het toch nooit gebeurd en denk je aan de dingen die je wel kan. Ik antwoorden dat ik die dag veel zou sporten.

Een bijzondere dag
Het was mooi om het enthousiasme te zien. Toen ik met mijn taxi weer naar huis ging werd er door de leerlingen ook uitgebreid ‘Dag, Marnix’ gezegd vanuit het schoolplein. Met een tevreden gevoel ging ik dan ook naar huis. Nu kijk ik uit om het enthousiasme terug te zien op 22 juni. Dan zal ik zeker aanwezig zijn bij deze bijzondere Super Helden-sportdag.  

Verbeteringen beginnen lokaal

We zijn alweer een eindje op weg in 2018. Sinds begin deze maand heb ik een jaarcontract bij de gemeente. Daarnaast zijn er weer bijna de gemeenteraadsverkiezingen. Er zijn volop debatten en en wordt weer campagne gevoerd. Kortom ik kan mij niet beter voelen. Vorige week vrijdag was ik bij de lijsttrekkersdebat van De Balie. Het zegt toch wat over de stad Amsterdam dat de nationale lijsttrekkers hier komen om het over Amsterdamse onderwerpen te hebben.

Republiek Amsterdam
Ze zeggen wel eens dat Amsterdam een republiek is. En misschien is dat ook wel een beetje zo. Ze hebben hun eigen politiek, dat vaak anders gekleurd is dan de nationale politiek. De komende tijd zijn er in de stad weer veel debatten tot aan de verkiezingen op 21 maart. Dit leeft in Amsterdam als in geen enkele andere stad. Zo is er aanstaande dinsdag het verkiezingsdebat van Cliëntenbelang. In Hotel Arena verzamelen kandidaatsraadsleden van twaalf verschillende partijen om te debatteren over gelijke kansen voor iedereen, een toegankelijke en inclusieve stad en goede betaalbare zorg.

Hoe ver zijn we?
Het is nu twee jaar geleden dat de Tweede Kamer besloten heeft het VN-verdrag inzake rechten voor personen met een handicap te ratificeren. Vanaf 14 juli 2016 is het verdrag in werking. Maar wat wordt er nu werkelijk gedaan om aan de eisen te voldoen dat dit verdrag stelt? Hoe ver zijn we als stad? Dit zijn belangrijkere vragen. Naar verwachting komt dit zeker aan de orde tijdens het debat. Twee jaar geleden was ik ontzettend blij toen het verdrag geratificeerd zou worden. Ik denk nog steeds dat het ratificeren van dit verdrag leidt naar veel positieve veranderingen. Dat openbaar gebouwen toegankelijker worden, dat reizen met het openbaar vervoer nog makkelijker gaat en dat iedereen evenveel kansen heeft op onderwijs en werk.

Een kwestie van een lange adem
Natuurlijk kan Nederland en Amsterdam niet van de één op de andere dag voldoen aan de eisen van dit verdrag. Hiervoor moet je ook een lange adem hebben van wel jaren. En ik geloof ook werkelijk dat we uiteindelijk aan de eisen gaan voldoen die het verdrag stelt. Maar in oktober vorig jaar was ik bij de thema-avond ‘Stad zonder grenzen’. Hier sprak wethouder Eric van der Burg en het klonk redelijk vrijblijvend. Het zou nog wel tientallen jaren duren voordat Amsterdam echt aan de eisen voldoet wat het verdrag stelt. Hij gaf ook niet echt doelstellingen.

Langzaam stappen vooruit
Op de site van het College van de rechten van de Mens staat dat een VN-comité zal rapporteren over het implementeren van het verdrag. De eerste keer zal dat zijn in juni van dit jaar. Daarna zal dit elke vier jaar gebeuren. Maar ik ben natuurlijk geen jurist en op papier zal dit allemaal wel kloppen. Ik kan dus alleen zien wat er in de praktijk gebeurd. En dan vind ik het toch langzaam gaan en kan ik niet begrijpen waarom sommige dingen tientallen jaren moeten duren.

Het begint lokaal
Begrijp mij niet verkeerd. Ik heb een fantastisch leven en in een stad als Amsterdam kom je overal met tram, metro en bus. Maar soms kan het in Nederland zo lang duren om een besluit te nemen. En dan zie je dat landen om ons heen toch op ons voorlopen. Zoals de toegankelijkheid van toiletten van cafés en restaurants in Groot-Brittannië. Ik ben ervan overtuigd dat de beste manier om hier verandering in te brengen je naaste omgeving is. De mensen in jouw omgeving er bewust van laten worden. Daarom zet ik mij ook graag in voor Onbeperkt Oost en vind ik de lokale politiek zoveel interessanter dan de nationale politiek. Daarom kijk ik uit naar alle mooie debatten die deze stad nog in het vooruitzicht heeft. Als eerste het debat van Cliëntenbelang aanstaande dinsdag.

Een mooi land verdient beter

Wat leven wij toch in een mooi land. Schone straten, mooie snelwegen. Het lijkt of het niet beter kan. Hierdoor krijg je de verwachting dat het op andere vlakken ook goed geregeld is. Maar één punt waar eigenlijk al jaren geen vooruitgang is te zien zijn de voorzieningen voor gehandicapten. Aan het begin van april ging mijn rolstoel stuk. Aan het einde van de eerste week van mei heb ik mijn rolstoel terug gekregen. Mijn hele leven ben ik al in discussie met leveranciers. Vroeger hadden ze in ieder geval nog wel het besef hoe afhankelijk wij zijn van een rolstoel. Misschien nu ook wel. Maar het is niet zo gemeend.

Nog steeds geen rolstoel
Uiteindelijk heb ik vijf weken gewacht op mijn rolstoel. Elke keer als ik opbelde om te vragen hoe het met mijn rolstoel stond dan begrijpen ze mijn situatie wel. Ze begrijpen ook wel dat ik het extreem lang vind duren, maar met die woorden hopen ze het op te hebben gelost. Terwijl ik nog steeds zonder rolstoel zit.

Karweitje van twee uur
Mijn kogellagers waren beschadigd. Uiteindelijk is dit max een karweitje van twee uur. Maar het duurt eerst drie weken voor ze eindelijk het onderdeel hebben. Als ik iets online bestel heb ik het twee dagen later. Al zou het uit China komen. Misschien een week. Maar drie weken! Ik begrijp het nooit echt.

Niet enige die zit te wachten
Nu hadden ze na drie weken eindelijk het onderdeel. Dan zou je zeggen mooi. Aan de slag en twee dagen later heb ik mijn rolstoel. Maar blijkbaar ben ik niet het eerste aan de beurt. Het komt er dus op neer dat er nog een heleboel anderen ook zeker vier weken aan het wachten zijn. Zo lang duurde het vroeger echt niet.

Motivatie weg
Ik begrijp het wel. Het is een vicieuze cirkel. Ik ben niet de enige die een klacht indient. Uiteindelijk hebben ze allemaal boze klanten. Daar woorden de reparateurs ook niet vrolijk van. Dan ga je niet meer gemotiveerd naar het werk en heb je ook geen zin meer in je werk. Wat ervoor zorgt dat je je werk niet meer goed doet.

Geen interesse in beroep
Er zijn te weinig mensen die kiezen voor een beroep in de techniek. Daar wordt ook op televisie oproepen voor gedaan om daarvoor te kiezen. Maar dan is daarvan zelfs reparateur voor dit soort het minst geliefd, waarschijnlijk ook omdat het minder betaald wordt. Dan komt er ook nog eens de klachten van klanten erbij dat reparaties zo lang duren en zelfs soms niet goed uitgevoerd zijn. In zo’n branche wil je niet werken.

Maakt het moeilijk om te participeren
Voor al deze dingen kan ik begrip opbrengen, maar daar hebben de mensen die afhankelijk zijn van deze voorzieningen niets aan. Sommige mensen moeten hierdoor thuis blijven en soms zich ziek melden van hun werk. Terwijl aan ons gevraagd wordt om te participeren.

Monopoliepositie
Soms wordt er naar aanleiding van klachten wel actie ondernomen. Zo waren er in de gemeente Utrecht zoveel klachten dat de gemeente ervoor gekozen heeft om het contract op te zeggen met leverancier Welzorg. Het gevolg was wel dat reparaties helemaal niet werden uitgevoerd voor een bepaalde periode. Dat krijg je dan ook nog. Een leverancier heeft zoveel macht omdat er geen concurrentie is. Als je ze erop aanspreekt weten ze dat je naar niemand anders kan. Dus hebben ze ook nog eens een monopoliepositie.

Keuze maakt ook geen verschil
In Amsterdam heb je nog drie leveranciers waar je uit kan kiezen. Welzorg, Beenhakker en Harting-Bank. Toen ik mijn eerste voorzieningen had in Amsterdam zat ik nog bij Welzorg. Toen het drie jaar geleden tijd was voor een nieuwe rolstoel koos ik maar voor een andere leverancier, Beenhakker. Het enige verschil vind ik nu is dat ze wat vriendelijker zijn bij Beenhakker. Maar daar is het mee gezegd. Ze weten het van elkaar dus hoeven zich ook niet in te spannen voor verbetering.

Positief kijken naar toekomst
Normaal gesproken wil ik een positieve blog schrijven, maar soms moet je ook dingen aan de kaak stellen. Ik weet op het moment geen oplossing. Het probleem is net als bij leraren, mensen in de zorg en mensen in de techniek. Het is geen geliefd beroep. Dus hierbij. Reparateur van rolstoelen. Iets voor jou?

Samen kom je tot oplossingen

freedomfightersfestival

Na alweer een maandje flink thuis zoeken naar een nieuwe uitdaging hield ik afgelopen weekend even rust met het zoeken. Het was afgelopen weekend een interessante en leuk weekend. Ik was deelnemer aan het Freedom Fighters Festival. Het festival was georganiseerd door een goede vriendin Thiandi Grooff. Doel van het festival was bewustwording van de rechten van mensen met een beperking.

Thiandi heb ik geholpen met hoe ze het festival het beste kon promoten via Facebook. Buiten dat was ik niet betrokken bij de organisatie. Dus toen ik vrijdagavond naar De Meevaart reed wist ik niet wat ik kon verwachten. Tot mijn verrassing waren er veel buitenlanders bij betrokken uit onder andere Engeland en Ierland. Een verrassing omdat het festival binnen Stadsdeel Oost plaatsvond en de dag erna zouden we in gesprek gaan met lokale politici.

Al met al kan ik zeggen dat het wel een leuke verrassing was. In de tuin van De Meevaart stelden iedereen zich voor. Tijdens het voorstellen voelde ik al meteen dat er klik was. Engelsen hebben ontzettend goed gevoel voor humor. Daarnaast raakte ik aan de praat Joe. Hij verontschuldigde zich letterlijk voor zijn ‘ domme’ landgenoten dat ze voor de Brexit hadden gestemd. Naar een lekker Indische maal gingen we richting park Frankendael. Hier keken op een groot scherm naar de opera “Schoppenvrouw” van Tsjaikovski. De aandacht voor de opera was niet groot en morgen zou het een drukke dag worden. Dus de meeste besloten al snel naar huis te gaan of hun hotel.

De volgende dag ging ik weer richting De Meevaart. De groep zat al te wachten voor het verhaal van Anthony. Anthony komt uit Ierland. Tegen zijn wil in en die van zijn moeder is hij daar geplaatst in een instelling. Twee jaar heeft hij in die instelling gezeten. Tegen zelfs het advies van zijn dokter kreeg hij medicijnen die juist epilepsie veroorzaakte. Joe hielp de moeder van Anthony. Hij overtuigde de buurt waar Anthony opgroeide van de ernst van de situatie. Hierdoor ontstonden protesten die er uiteindelijk voor zorgden dat Anthony ontslagen werd uit de instelling. Tegenwoordig woont hij op zich zelf. Hij wil graag reizen maken om zijn verhaal te vertellen aan de buitenwereld.

Na dit indrukwekkende verhaal maakten we ons klaar voor het gesprek met de politici. Terwijl ikzelf helemaal niet gewend ben om te protesteren schreven we teksten op die we tijdens de mars naar het Centrum voor Beeldende Kunst omhoog zouden houden. Uiteindelijk had ik toch een tekst meegenomen tijdens de mars met: “Our voices must be heard”. Het gesprek met lokale politici was erg goed. De partijen die aanwezig waren SP, GroenLinks, PvdA en D66 vertelden eerst waar hun partij voor stond om de positie van mensen met een beperking te verbeteren. Daarna vertelden ze wat hun doelstellingen zijn voor de komende jaren. De vragen uit het publiek varieerde over toegankelijkheid tot kansen op studie en werk. Maar ook de mogelijkheden voor mensen met een (lichte) verstandelijke beperking om les te krijgen in het reguliere onderwijs. Alle partijen gaven aan dat hier nog grote stappen in te maken zijn.

Na dit gesprek werden we bij vriendschap community Assadaaka getrakteerd op een lekker maal. Assadaaka heeft juist als doel om integratie en participatie te laten slagen in ons land en speciaal in Amsterdam-Oost. Een heel goed doel. We moeten juist verbinden in deze tijd om met oplossingen te komen. Daarom is de Brexit ook zo erg. Juist met een samenwerking van een groot EU kan iedereen participeren in de samenleving. Het waren twee mooie dagen waarin ik goede nieuwe vrienden heb gemaakt.

Eerste stap naar toegankelijkheid

3289866245_842e64e28f_z

Wat was vorige week donderdag, 21 januari, een mooie dag voor gehandicapt Nederland. Het amendement van Otwin van Dijk om toegankelijkheid voor mensen met handicap te verplichten was aangenomen door de Tweede Kamer. Natuurlijk een hele grote stap voorwaarts. Voorheen werd het VN-verdrag inzake rechten van personen met een handicap alleen geratificeerd. Nu zijn er ook verplichtingen aan gesteld.

Natuurlijk ben ik hier hartstikke blij mee, maar we moeten ons wel beseffen dat dit pas een eerste stap is naar toegankelijkheid. Het amendement geeft aan dat toegankelijkheid een vanzelfsprekendheid moet worden. Dit zou al een hele grote stap vooruit zijn. Hoe vaak is het mij niet overkomen dat ik naar een openbare gelegenheid ga, een restaurant, en de eigenaar van het restaurant heeft er zelfs nooit over nagedacht. Of ik reserveer ergens en ik vraag of het restaurant rolstoeltoegankelijk is. Ze bevestigen dat, maar als je aankomt zijn ze even dat ene treetje vergeten. Hopelijk gaan openbare gelegenheden hier nu beter over nadenken. Dit zou dus een mooie stap zijn.

Het is logisch dat het voor een historisch gebouw moeilijk is om aan deze verplichting te voldoen en dat het voor een ondernemer niet te doen is om zijn pand van de ene op de andere dag toegankelijk te maken. Daarom zie ik het als een eerste stap. Ik kan namelijk in het amendement niet terugvinden hoelang een ondernemer er dan over mag doen om zijn pand wel toegankelijk te maken. Wat wel opgenomen is zijn regels waar een ondernemer aan moet voldoen om het pand toegankelijk te maken.

Daarnaast was het voor mij ook onduidelijk wat er wordt bedoeld met“ informatie en communicatie , op zo’n manier toegankelijk maken dat het voor een zo divers mogelijke doelgroep gegarandeerd wordt”  Wat voor een verplichtingen hebben website hierdoor, zoals mijn werkgever Telfort, om de website toegankelijk te maken voor bijvoorbeeld slechtzienden of blinden? Wat is een zo divers mogelijke doelgroep? Het is mij niet duidelijk. De W3C-toegankelijkheidsrichtlijnen geeft dus nog steeds richtlijnen. Het is nog steeds geen verplichting.

Het lijkt of ik helemaal niet blij ben dat dit amendement is aangenomen. Dat ben ik zeker. Alleen zijn er nog zoveel stappen te nemen en om de volgende stappen te nemen moet je ook wat kritiek kunnen geven. Zo kijk ik echt uit wanneer dit amendement in werking is vanaf 1 januari 2017. Zo ben ik benieuwd wat dit gaat betekenen voor de Amsterdam Arena. Vanaf dat de Arena bestaat heb ik al een seizoenkaart. Met veel plezier ga ik naar iedere thuiswedstrijd. Alleen is het probleem vanaf het begin al de liften voor de rolstoelgebruikers. Toen ik in het begin een affiche las over de Amsterdam Arena stond daar in dat iedereen de Arena binnen 20 minuten kan verlaten. Nou, voor een rolstoelgebruiker kan dit wel drie kwartier tot een uur duren. In het begin waren er maar twee liften. Eén aan de noord- en één aan de zuidkant. Vanaf 2002 zijn er ook achter het doel rolstoelplekken gekomen en is er zowel aan de noord- als zuidkant een lift bijgekomen. Maar er zijn dan ook meer rolstoelplekken gekomen. Tijdens het verlaten van het stadion gaan deze twee liften dan ook alleen maar heen en terug van de verdieping waar de rolstoelgebruikers zitten achter het doel. Wij, die zitten tussen de eerste en tweede ring, zijn nog steeds afhankelijk van de twee kleine liften die er al waren vanaf het begin.

Zal dit amendement betekenen dat de Arena grotere liften moet plaatsen? Waar in ieder geval twee elektrische rolstoelen naast elkaar kunnen staan? Ik ben dus benieuwd of onder andere de Arena vanaf 1 januari dingen moet veranderen op dit gebied. Maar ook of andere openbare gelegenheden toegankelijker worden. Tijd zal het leren. Maar wat het amendement al zegt niet van de ene op de andere dag. Dit is de eerste stap van de vele die er nog moeten komen.

Participeren geldt straks niet alleen tijdens vakanties

DSCN0107IMG_1289

September was voor mij een vakantiemaand. Eerst ging ik weer zeilen op ’t Vossenhol en daarna heb ik de zon opgezocht in Zuid-Frankrijk. Als ik op vakantie ga moet ik mij altijd bewust zijn van hoe toegankelijk de plek is waar ik naar toega. ’t Vossenhol heeft al ruim 40 jaar ervaring met het organiseren van een zeilweek voor mensen met een beperking. Al werken ze met vrijwilligers die over het algemeen geen ervaring hebben in de zorg tijdens hun dagelijkse werk. Veel vrijwilligers komen al jaren naar deze week en hebben daardoor ook ervaring opgebouwd.

Voor mij is de week zeilen op ’t Vossenhol een traditie. Als je op de parkeerplaats komt van ’t Vossenhol staan de vrijwilligers al enthousiast je op te wachten en helpen met het aannemen van je tassen. De week voor mensen met een beperking is maar één week van de in totaal tien weken die ’t Vossenhol tijdens de zomer organiseert. De andere weken zijn weken voor de jeugd of weken om instructeur te worden. ’t Vossenhol wordt daarom altijd speciaal verbouwd om het hol toegankelijk te maken voor ons. Zo worden er planken over de drempels gelegd zodat wij binnen kunnen komen. Daarnaast bouwen ze een hele oprit over de trappen naar de slaapkamers. Ook hebben ze planken gelegd over de hoger gelegen delen van de hol. Zodat wij ook op dat podium kunnen vertoeven.

De eerste dag van de week is nog wat kennismaken met de nieuwe gezichten en er achter komen hoe het met de oude bekenden gaat. Maar de dagen daarna gaat het echt om het zeilen. Na dat we ontbeten hebben gaan we ons rustig voorbereiden op de zeildag. We krijgen nog koffie op steiger. Op de steiger is een tillift gebouwd. Via deze lift worden de mensen die het nodig hebben in de boot getild. Met twee vrijwilligers en één ander vakantieganger gaan we het water op De Kaag onveilig maken. Tegen de tijd dat we gaan lunchen keren we of weer terug naar het hol of we gaan ergens onderweg ergens lunchen. Een Noorlander, een wat grotere boot, zorgt ervoor dat de duwstoelen dan ter plaatsen zijn.

Er wordt vaak vreemd gekeken als mensen zien dat we met zo’n grote groep een eetcafé onveilig willen maken. Maar het is hartstikke goed dat er mensen bestaan die dit mogelijk willen maken. Het zelfde geldt voor het vliegen met rolstoel naar Nice. Bij Transavia kon ik dit geweldig online regelen. Ik stuurde nog netjes een mailtje na met alle maten van mijn rolstoel. Breedte, lengte, hoogte, gewicht. Je krijgt netjes een mail terug met: “Dank je wel voor mailtje. We hebben het geregistreerd.” Maar als je dan op de dag zelf met je rolstoel aankomt zie je zenuwachtige gezichten. “Wat moeten we hiermee?” Uiteindelijk regelen ze wel alles en kom ik heelhuids aan in Nice.

Terwijl Frankrijk helemaal niet tot een toegankelijk land gerekend mag worden, zeker niet Zuid-Frankrijk, heb ik het voorrecht dat mijn moeder architect is geweest en mijn ouders de financiële mogelijkheden hebben om aan één van de mooiste stukjes aan de kust een rolstoeltoegankelijk huis te bouwen. Het hele terrein is rolstoelvriendelijk. Overal zijn hellingbanen gemaakt en bij het zwembad heb ik de beschikking over een lift die op waterdruk werkt. In het huis kan ik alleen maar komen op de begane grond, waar mijn kamer ook is. Op mijn kamer heb ik de beschikking over een tillift en een hoog/laag bed. Kortom de ideale ingrediënten om een fantastische vakantie te hebben met mijn familie.

Toegankelijkheid en het openstaan voor mensen met een beperking is de keyword in dit stukje. En als straks vanaf 1 januari 2015 de participatiewet werkelijk zijn intrede maakt wordt dit ook verwacht van de samenleving. Naar mijn mening komt deze wet er te vroeg zolang de toegankelijkheid nog niet goed geregeld is en zelfs Agenda 22 niet is geratificeerd. Maar op dit moment moeten we genieten van zulke vakantiemomenten en maar zien wat de toekomst ons geeft.

Nieuw jaar, nieuwe uitdagingen!

IMG_0660

Hierbij wil ik iedereen een gelukkig nieuwjaar wensen.  Voor mij is een nieuwjaar altijd weer een nieuw begin. Je gaat overdenken wat je het afgelopen jaar gedaan hebt gedaan en of je bereikt hebt wat je wilde bereiken.  Maar vooral ga je overdenken wat je komende jaar wilt bereiken.  En ondanks dat je dit allemaal doet, loopt een jaar altijd anders dan je had verwacht. Zo had ik aan het begin van vorig jaar niet verwacht dat mijn contract bij Philips verlengd zou worden en had ik niet verwacht dat ik op dit moment nog bij Philips zou werken. Voor 2014 moet ik wel weer een nieuwe uitdaging zoeken, maar uiteindelijk is het toch moeilijk om te voorspellen wat er werkelijk komt.

Dit begon eigenlijk al toen ik in 2003 aan mijn studie Media, Informatie en Communicatie aan de Hogeschool van Amsterdam begon. Ik dacht dat ik archivaris wilde worden, maar na een stage twee jaar later ben ik er achter gekomen dat ik daar niet gelukkig van zou worden. Toen ik in 2009 mijn studie had afgerond schreef ik mij in bij Valid People in, een vacaturebank voor hogeropgeleide gehandicapten. Een vraag die zij toen aan mij stelden was: waar zie je jezelf over vijf jaar? Dat vond ik toen een hele moeilijke vraag. Nu is dit bijna vijf jaar geleden en ik ben er achter gekomen dat het terecht is dat ik het een moeilijke vraag vond. Want je kunt je carrière plannen wat je wil je weet toch nooit hoe alles gaat lopen.

Zo was in 2009 de crises net begonnen. Nu weten we dat dit voor net beginnende werknemers op de arbeidsmarkt betekent dat je begint met tijdelijke contracten en na twee keer verlengen kijkt de werkgever soms liever naar mensen die ze weer een tijdelijk contract kunnen geven. Dit maakt het voor mij moeilijk voorspellingen te doen over vijf jaar. Een voordeel is wel dat het makkelijker is om nieuwe uitdagingen aan te gaan.

Een ander punt is dat je ook niet kan voorspellen hoe technologieën in vijf jaar zich ontwikkelen. Ik werk nu in de Online Verkoop en dat wil ik graag blijven doen de komende jaren. Maar de standaard website waar je online kan kopen bestaat waarschijnlijk over vijf jaar niet meer en zeker niet over tien jaar. Over vijf jaar is het waarschijnlijk meer met apps en wie weet hoe het er over tien jaar uit ziet? Dit betekent dat ik mij steeds moet ontwikkelen in mijn carrière en dat ik steeds weer nieuwe uitdagingen moet zoeken. Het zal nooit meer zijn zoals vroeger, dat je veertig jaar bij dezelfde werkgever blijft.

 Is dit allemaal erg? Nee, helemaal niet. Dit is alleen maar leuk. Doordat we op verschillende plekken gaan werken en misschien ook vaak in verschillende branches ga je je breder ontwikkelen waardoor je ook een grotere kennis krijgt. Ik verheug mij nu al op de rest van mijn carrière wat één groot avontuur zal worden. Daarom doe ik niet aan goede voornemens of voorspellingen. Nou misschien een paar voorspellingen die ik niet zelf in de hand heb. Ajax wordt weer kampioen! Nederland zal geen wereldkampioen worden en 2014 zal ook wel weer over gaan in 2015.

Week vol congressen

tram

Twee weken geleden had ik twee congressen in één week, dat kun je wel een week vol congressen noemen. Het begon met het stadscongres van D66. Een mooi moment om de kandidaten te presenteren op voor de Amsterdamse gemeenteraad. Voor mij was dit een hele tocht van het oosten naar het westen van de stad. Het grappige is wel dat je deze tocht kan maken zonder over te stappen met de tram. Ik kan opstappen op het Javaplein en uitstappen bij Admiraal De Ruijterweg. Eenmaal daar aangekomen kon de weg toch niet helemaal vinden. Ik ken Amsterdam-West ook niet zo goed en kaartkijken is ook niet mijn beste eigenschap. En als ik dan aan mensen ga vragen waar Midwest is, terwijl ik denk dat het een hotel is en het blijkt een buurthuis te zijn, dan kom je ook niet veel verder.

Aangekomen bij het buurthuis blijkt het gebouw niet erg toegankelijk te zijn voor rolstoelen. Gelukkig ben ik een bekend gezicht aan het worden bij D66 in Amsterdam en vinden wat partijgenoten het helemaal niet vreemd om mij een handje te helpen. De openingsspeech van onze lijsttrekker, Jan Paternotte, was in het sporthalletje waar in klein trappetje naar leiden. Dit vroeg nog niet om zoveel tileigenschappen als wat later een uitdaging zou blijken. Jan Paternotte kondigde met trots de eerste dertien kandidaten op de lijst aan. Want zoveel, daar gaan we allemaal vanuit, komen straks in de raad.

Sinds ik actief ben voor D66 in Amsterdam ben ik er achter gekomen dat D66’ers niet zo heel tijd bewust zijn. Alles loopt uit, zo ook dit congres weer. Toen ik twee jaar geleden fractie-assistent was voor stadsdeel Oost en we hadden om acht uur een fractievergadering dan kwamen de meeste pas om kwart over acht binnen druppelen. In het begin was ik er al om tien voor acht om dat ik gewoon op tijd wilde zijn. Later kwam ik gewoon acht uur binnen dan was ik ook op tijd.  Maar ik vind het ook niet erg. Dat ze overal de tijd voor nemen betekent dat ze een gezellige en betrokken partij zijn.

Maar nu was toch echt de tijd aangebroken voor de eerste workshop. Nu werd wel wat van de tileigenschappen verwacht van mijn partijgenoten. De workshop Welzijn en Zorg was namelijk op de eerste verdieping en er was geen lift. Eigenlijk wel grappig dat ze de workshop Welzijn en Zorg boven hadden geplaatst, hierdoor dachten ze niet aan hun eigen welzijn, maar aan de andere kant hebben ze daarna wel weer zorg nodig.

Er was veel interesse voor de workshop Welzijn en Zorg. Maar ondanks deze interesse was de workshop wel goed georganiseerd. De mensen die aanwezig waren werden in groepjes van vier, vijf man verdeeld. Op papier stonden verschillende standpunten en als groepje moest je over de standpunten discussiëren. Je moest als groepje aangeven met welke twee standpunten je minder eens was en over welke standpunten je erg positief was. Op het einde van de workshop verkondigde dan één persoon van het groepje de uitkomsten van hun groepje.

Er stonden redelijk wat standpunten bij waar ik mij in kon vinden en wat naar mijn mening een logisch D66-geluid is. Zo was een heel goed standpunt een vrijere markt voor zorgverleners. Dat patiënten meer vrijheid krijgen om hun eigen zorgverlener te kiezen. Al dacht ik dat daar al een grotere vrijheid in was. Sinds staatssecretaris Terpstra in 1998 de PGB (Persoonsgebonden Budget) heeft geïntroduceerd zou er toch juist meer keuzevrijheid daar in moeten zijn. Daarnaast waren er wat negatieve geluiden over de mantelzorg. Veel mensen denken dat zij later hun oudere familieleden moet verzorgen, maar volgens mij kun je samen afspraken maken dat iemand die in de buurt woont daarvoor zorgt.

Na de workshop was er nog tijd voor wat koffie voordat de tweede workshop begon.  Het was weer in het kleine sporthalletje, dus dat vergde wat minder tilwerk. Ik nam deel aan de workshop Inkomen en Participatie. Het was een heel wat kleinere groep dan de workshop Welzijn en Zorg. Deze workshop ging over participeren in de samenleving. Ook als je werkloos bent moet je gemotiveerd worden om mee te doen in de samenleving. In het groepje zaten veel meer mensen die hier verstand van hadden dan ik, dus ik luisterde voornamelijk geïnteresseerd mee.

Het congres werd gebruikelijk afgesloten met een borrel. Voor eind september was het nog opvallend mooi weer, dus de borrel werd buiten gehouden. Nog even wat na kletsen met mensen die ik goed ken en afspraken maken om het te hebben over actiepunten voor de campagne. Ik was niet lang bij de borrel, want ik moest nog de hele reis terug maken naar oost. De volgende reis zou nog verder zijn. Helemaal naar Eindhoven voor het WGP-congres. Daar over vertel ik later.